Prehistorische tanden in Indonesië dragen oudste bewijs van veelvuldig drugsgebruik
In dit artikel:
Archeologen hebben op Sulawesi in Indonesië tanden gevonden die erop wijzen dat mensen daar al 25.000 jaar geleden regelmatig op hele betelnoten sabbelden en knaagden. De tanden vertonen ongebruikelijke, ronde groeven en waren op sommige plekken zo sterk afgesleten dat zenuwen blootlagen. Een tweede vondst met vergelijkbare slijtage is 6.000 tot 8.000 jaar oud.
Onderzoeker Adam Brumm en zijn collega’s vermoeden dat de gebruikers betelnoten namen vanwege hun pijnstillende werking. De noten bevatten arecoline, een stof die zowel stimulerend als verdovend werkt. Experimenten met kunstmatig speeksel en menselijke hersenreceptoren lieten zien dat ook het sabbelen op een hele noot voldoende arecoline vrijmaakt om de hersenen te beïnvloeden. Bovendien zijn sporen van de stof aangetroffen op de prehistorische tanden.
Volgens Brumm begonnen mensen mogelijk met betelnoten om tandpijn te verlichten, waarna afhankelijkheid ontstond. Het langdurige gebruik veroorzaakte vervolgens extra tandschade. De vondst geldt als het oudste archeologische bewijs voor vermoedelijk regelmatig gebruik van een psychoactieve stof, ouder dan eerdere aanwijzingen voor bierbrouwen in Israël en het kauwen op cocabladeren in Peru. Wel blijft het lastig om prehistorische verslavingen archeologisch met zekerheid vast te stellen.
Vandaag Inside: René van der Gijp onthult bij Vandaag Inside grootse plannen met podcast KieftJansenEgmondGijp