Plantenetende vissen zien er totaal verschillend uit, maar hun darmen niet
In dit artikel:
Plantenetende vissen kunnen sterk verschillen in uiterlijk: van klein en langgerekt met een spitse snuit tot groot, hoog en gedrongen. Australische en Amerikaanse biologen onderzochten daarom of een plantaardig dieet toch tot een vaste lichaamsvorm leidt. Ze analyseerden 109 baarsachtige soorten uit acht families, afkomstig uit zee en zoet water en uit gematigde en tropische gebieden. Deze groep is geschikt voor vergelijking, omdat planteneten er meerdere keren onafhankelijk is ontstaan.
De onderzoekers brachten de lichaamsvorm in kaart met foto’s en zeventien meetpunten. Ook maten ze de darmen en deelden ze de vissen op basis van hun maaginhoud in als vleeseter, alleseter of planteneter. Een soort gold als planteneter wanneer meer dan 80 procent van het voedsel uit planten bestond.
In lichaamsvorm en grootte vonden ze nauwelijks verschil tussen de drie voedingsgroepen. Planteneters kwamen voor in vrijwel alle vormen en maten, wat erop wijst dat verschillende lichamen geschikt kunnen zijn voor een plantaardig menu. De darm vertoonde wel een duidelijk patroon. Bij vleeseters was die vaak ongeveer zo lang als het lichaam, terwijl de darm bij uitgesproken planteneters vier tot vijf keer zo lang kon zijn. Onafhankelijke evolutionaire lijnen ontwikkelden die lange darm herhaaldelijk, zowel in zee als in zoet water. Zo krijgt taai, voedingsarm plantenmateriaal meer tijd om te worden verteerd.
Een lange darm is echter geen vereiste: minstens één plantenetende zeevis had een darm van slechts anderhalf keer de lichaamslengte. Bovendien stellen verschillende soorten plantaardig voedsel uiteenlopende eisen. Volgens de onderzoekers legt planteneten vooral beperkingen op aan de interne anatomie, terwijl lichaamsvorm ook wordt bepaald door leefomgeving en zwemwijze.
Vandaag Inside: Staat Vandaag Inside het werk van strafrechtadvocaat Job Knoester in de weg?