Piepkleine satelliet kruipt achter de maan om naar het gefluister van het vroege heelal te luisteren
In dit artikel:
De Britse minisatelliet CosmoCube moet helpen onthullen wat er gebeurde tijdens het zogenoemde donkere tijdperk van het heelal. Die periode begon ongeveer 400.000 jaar na de oerknal, toen atomen ontstonden, en duurde zo’n 150 miljoen jaar tot de eerste sterren en sterrenstelsels licht gingen uitzenden.
Onderzoekers van onder meer de University of Cambridge brengen de satelliet in een baan om de maan. Daar kan CosmoCube tijdens passages aan de achterkant van de maan worden afgeschermd van radiosignalen afkomstig van de aarde. Die verstoren metingen vanaf onze planeet, terwijl de ionosfeer de benodigde lage frequenties grotendeels blokkeert.
De satelliet zoekt naar de zogenoemde 21-centimeterlijn: een ongeveer 13,5 miljard jaar oude straling van waterstof uit de periode vóór de eerste sterren. CosmoCube draait in circa twee uur om de maan en is per ronde ongeveer veertig minuten beschermd tegen aardse ruis. In twee jaar moet dat naar verwachting zo’n duizend uur aan gegevens opleveren.
Met de metingen willen wetenschappers ook onderzoeken hoe donkere materie ervoor zorgde dat waterstof samenklonterde tot de eerste sterren en sterrenstelsels. CosmoCube werkt op frequenties tussen 10 en 50 megahertz en gebruikt een uitklapbare radioantenne en een ingebouwde calibrator om storingen in de eigen elektronica te corrigeren. Achteraf worden ook ruis uit de Melkweg en vervormingen van de antenne weggefilterd. De compacte missie moet zo een relatief goedkope manier bieden om het vroegste heelal te bestuderen.
Vandaag Inside: Wat verwacht Johan Derksen van de nieuwe partij van Mona Keijzer?