Opgepast: we zitten in de 'zesde extinctiegolf', dus zeg maar dag tegen het leven op aarde

donderdag, 9 april 2026 (08:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Wetenschappelijke waarschuwingssignalen: de biodiversiteit in het wild neemt wereldwijd snel af en onderzoekers spreken van een mogelijke zesde massa‑extinctiegolf. Internationaal onderzoek (onder meer een rapport uit 2019) schat dat tot een miljoen soorten met uitsterven wordt bedreigd. Ecologen als Hans de Kroon (Radboud Universiteit) en paleontoloog Melanie During koppelen die achteruitgang direct aan menselijke activiteiten: landbouwuitbreiding, verstedelijking, ontginning, vervuiling, invasieve soorten, intensieve jacht én de uitstoot van CO2.

Historische context maakt de ernst duidelijk: er zijn vijf eerdere massa‑uitstervingen geweest (de grootste 252 miljoen jaar geleden en de meteoriet‑gerelateerde 66 miljoen jaar geleden). Volgens During vertoont de huidige situatie vooral gelijkenis met de Perm‑Trias‑ramp, omdat veranderingen in de atmosfeer en een sterke stijging van CO2 de basis van voedselketens aantasten. Leakey stelde al in 1995 dat mensen sinds hun verspreiding over de aarde al bijdragen aan grootschalig soortenverlies.

Concreet bewijs: onderzoek van De Kroon toont dat de biomassa van vliegende insecten in Duitse natuurreservaten in iets meer dan een kwart eeuw met ongeveer driekwart is afgenomen. Insecten zijn cruciaal voor bestuiving van gewassen (rond 80% van onze gewassen is daarvan afhankelijk), voor waterzuivering en als voedselbron in voedselwebben. Verlies van deze diensten maakt ecosystemen kwetsbaarder en raakt direct voedselvoorziening, gezondheid en leefkwaliteit — onderzoekers noemen dit het uithollen van de ecologische basis onder onze samenleving.

Veel bedreigde soorten hebben een beperkt verspreidingsgebied (bijv. een aapje in een klein Keniaans ecosysteem), maar ook algemene groepen lopen terug. Oorzaken werken vaak samen: habitatverlies door bebouwing en intensieve landbouw, overpompen van grondwater, stikstof‑overbelasting, pesticiden, en klimaatverandering versterken elkaar. Invasieve soorten hebben lokaal al veel verdwenen soorten veroorzaakt; klassieke voorbeelden van menselijke uitroeiing zijn de dodo en de mammoet.

Sommige soorten zijn al definitief weg: de Pinta‑reuzen­schildpad (Lonesome George), de maagbroedkikker uit Australië, de Europese dunbekwulp, de Caribische monniksrob, de goudpad in Costa Rica en diverse insecten zoals een Hawaiiaanse vliegensoort. Andere gevallen tonen hoe ingrepen soms nieuwe plagen veroorzaken: de introductie van vijanden om één exoot te bestrijden leidde elders tot ongewenste uitroeiing van oorspronkelijke soorten.

Er is nog reden voor actie en hoop. De Kroon: “We kunnen nog veel doen.” Herstel van leefgebieden, het planten van inheemse soorten, het teruggeven van meer ruimte aan groen in steden en landschappen, en beleidsmaatregelen tegen vervuiling en onnodige verstening zorgen dat natuur snel kan terugkomen. Lokale initiatieven (stadsecologen, gemeenteprogramma’s) en het betrekken van burgers in natuurinclusief beheer zijn cruciaal. Volledig terugkeren naar het landschap van twee eeuwen geleden is niet realistisch, maar herstel van een rijke, zij het veranderde, natuur is mogelijk — terwijl uitstel of inaction de risico’s voor ecosystemen en mensen alleen maar vergroot.