Op deze spectaculaire wijze ontsnapte Nederlands oorlogsschip aan de Japanners
In dit artikel:
Het lichte Nederlandse mijnenvegerschip Hr.Ms. Abraham Crijnssen wist in februari 1942 op een geheel eigenwijze manier aan de Japanse opmars in Nederlands-Indië te ontsnappen: het deed zich voor als een eiland. Toen Japan grote delen van Zuidoost-Azië veroverde en de gecombineerde geallieerde vloot in de Slag in de Javazee een zware nederlaag leed, waren traag bewapende mijnenvegers bijzonder kwetsbaar. Veel schepen gingen verloren of werden preventief tot zinken gebracht om niet in vijandelijke handen te vallen.
De bemanning van de Abraham Crijnssen bedekte het dek en de opbouw met takken en bladeren, zodat het schip op afstand leek op een met begroeiing bedekt eilandje. Omdat zijnde ‘bewegende eilandjes’ argwaan zouden wekken, voer de kapitein uitsluitend ’s nachts en verschool het schip overdag tussen de vele baaitjes en kleinere eilanden van de archipel. Die list bleek succesvol: na een nachtelijke tocht langs de kustlijnen wierp de mijnenveger bij het eind van de archipel zijn camouflage af en zette koers naar Australië, waar het acht dagen na vertrek arriveerde.
Gedurende de rest van de oorlog opereerde de Abraham Crijnssen binnen de Australische vloot. Na de oorlog keerde het terug naar Nederlands-Indië om mijnen te ruimen bij Timor, bleef in de regio tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en keerde in 1949 naar Europa toen Nederland de kolonie losliet. In de jaren zestig diende het als opleidingsschip; sinds 1997 is het als museumschip opgenomen in het Marinemuseum in Den Helder. De vlucht van de Abraham Crijnssen wordt vaak genoemd als voorbeeld van improvisatie en zeevaardigheid onder moeilijke omstandigheden.