Ook Juliana's staatsbezoek aan de VS in 1952 was pikant
In dit artikel:
Deze week logeerden koning Willem‑Alexander en koningin Máxima bij president Trump in het Witte Huis — een scène die doet denken aan een eerdere Oranjereis naar Washington. In april 1952 verbleef koningin Juliana met prins Bernhard ook in het Witte Huis en hield zij een openbare toespraak in het Amerikaanse Congres. Historicus Han van Bree plaatst die gebeurtenis in de context van binnenhofconflicten, religieuze interesse en latere politiek‑mediacrisis.
Juliana stond bekend als een vorstin met sterke belangstelling voor spiritualiteit. Tijdens de jaren rond 1952 zocht zij steun bij de gebedsgenezeres Greet Hofmans in de hoop op genezing voor haar slechtziende dochter (prinses Marijke/Christina). Hofmans werd een frequente gast op Paleis Soestdijk en stimuleerde Juliana’s religieuze bevlogenheid. Tegelijkertijd speelde prins Bernhard een krachtige eigen rol binnen het koninklijk huishouden: hij was kritisch op Hofmans en probeerde in het geheim politieke invloed uit te oefenen.
Die spanningen braken open toen Juliana zich voorbereidde op haar toespraak voor het Amerikaanse Congres. De definitieve tekst overleefde niet, maar de uiteindelijke rede bevatte expliciete religieuze verwijzingen (God, ideeën over energy en idealen voor een vreedzame wereld) en een oproep tot meer menselijk begrip en samenwerking. Binnenlandse politiek werd zenuwachtig: ministers zijn verantwoordelijk voor wat de koning(in) zegt, en Bernhard waarschuwde de regering dat zulke passages problematisch konden zijn. Volgens Van Bree stapte Bernhard achter Juliana’s rug naar de minister van Buitenlandse Zaken om bij te sturen.
Desondanks bleek de ontvangst in de Verenigde Staten uitermate positief. Juliana sprak vloeiend Engels en oogstte veel applaus in het Capitool; Amerikaanse en de meeste Nederlandse kranten prezen de toespraak. Alleen Het Parool stelde publiekelijk vragen over of de woorden door Juliana zelf waren gekozen of mede door de regering. Premier Drees en zijn kabinet lijken volgens Van Bree geen grondwettelijke bezwaren te hebben gehad: Juliana bleef binnen de aanvaarde politieke kaders, en haar kritische opmerkingen over de Sovjet‑praktijken vielen samen met pro‑NAVO‑sentiment.
De reputatie‑schade voor Juliana kwam later, in 1956, toen de Hofmans‑affaire openbaar werd. Een artikel in Der Spiegel met informatie, volgens bronnen afkomstig van prins Bernhard, schilderde Hofmans als iemand die Juliana in haar macht had. Toen werd ook de suggestie geopperd dat de Congresrede door Hofmans was beïnvloed. Van Bree nuanceert dat: Juliana’s zachte, idealistische kant was grotendeels haar eigen karakter en niet louter een product van Hofmans’ invloed. Toch moest Juliana afstand nemen van Hofmans; Bernhard kwam er als winnaar van de paleisstrijd uit en Juliana bleef achter met het imago van kwetsbaarheid en wereldvreemdheid.
Kort gezegd: Juliana’s Amerikaanse bezoek en congresrede werden in het buitenland als een succes gezien, maar interne machtsstrijd, religieuze betrokkenheid en later mediabelang zorgden ervoor dat het optreden in Nederland onderdeel werd van een groter huiselijk en politiek schandaal. De episode illustreert hoe persoonlijkheid, invloedssferen binnen het koningshuis en de politieke verantwoordelijkheid van ministers samen een constitutioneel gevoelig geheel kunnen vormen.