Ontmoet 'Schrödingers pinguïn': deze soort is op de ene plek wel veilig, maar op de andere totaal niet
In dit artikel:
De grote kuifpinguïn ontwikkelt zich verschillend op de twee vrijwel enige broedlocaties van de soort, de Bounty-eilanden en de Antipodeneilanden, ongeveer 800 kilometer ten zuidoosten van Nieuw-Zeeland. Onderzoekers van de University of Otago telden tussen 2022 en 2024 met drones en beeldanalyses de broedkolonies. Op de Bounty-eilanden vonden ze circa 27.800 broedparen; op de veel grotere Antipodeneilanden ongeveer 29.800.
Vergelijking met oudere gegevens laat zien dat de populatie op de Bounty-eilanden sinds de jaren negentig stabiel is. Op de Antipodeneilanden daalde het aantal broedparen daarentegen van ongeveer 52.000 in 1995 naar minder dan 30.000 in 2024, een afname van circa 43 procent. De onderzoekers vermoeden dat jagers, grote zeevogels die eieren en kuikens eten, hierbij een belangrijke rol spelen. Omdat deze roofvogels op de Bounty-eilanden niet broeden, kunnen de dicht opeengepakte pinguïns daar hun jongen beter beschermen. Kleinere kolonies op de Antipodeneilanden lijken daardoor in een neerwaartse spiraal terecht te komen. Ook het vrijwel verdwijnen van oostelijke rotspinguïns kan ertoe hebben geleid dat de jagers vaker grote kuifpinguïns aanvallen.
De nieuwe cijfers kunnen aanleiding zijn om de soort op de Rode Lijst van de IUCN van ‘bedreigd’ naar ‘kwetsbaar’ te verplaatsen. Volgens de onderzoekers zou zo’n betere algemene status echter misleidend kunnen zijn, omdat de populatie op de Antipodeneilanden sterk blijft krimpen. Bovendien is het stabiele bolwerk op de kleine Bounty-eilanden kwetsbaar door de beperkte ruimte en intensieve visserij in de omliggende wateren. Daarom moeten beide populaties afzonderlijk worden gevolgd en beschermd. De onderzoekers noemen de soort een ‘Schrödingers pinguïn’: tegelijk stabiel op de ene plek en in verval op de andere.
Vandaag Inside: Nico Dijkshoorn vertelt over bizarre fascinatie; René van der Gijp weet niet wat hij hoort!