Onderzoekers maken isolatiemateriaal van afgedankte vliegtuigonderdelen

zondag, 23 augustus 2026 (12:21) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

Onderzoekers van de National University of Singapore (NUS), onder leiding van universitair hoofddocent Duong Hai Minh, hebben een methode ontwikkeld om afgedankte koolstofvezelcomposieten vrijwel volledig te verwerken tot een lichte, poreuze aerogel. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Waste Management.

Koolstofvezelcomposieten worden gebruikt in onder meer vliegtuigen, auto’s, schepen en windturbines omdat ze sterk, licht en corrosiebestendig zijn. Recycling is echter moeilijk doordat de koolstofvezels vastzitten in epoxyhars, een thermoharder die na uitharding niet opnieuw kan worden gesmolten. Bestaande technieken winnen vooral de vezels terug, terwijl de hars verloren gaat en vaak veel energie of chemicaliën nodig zijn.

De Singaporese onderzoekers vermalen het composietafval tot poeder en korte vezels, mengen dit met carboxymethylcellulose en vriesdrogen het geheel. Zo ontstaat een sponsachtig materiaal met een dichtheid van 0,08 tot 0,12 gram per kubieke centimeter en een porositeit van meer dan 91 procent. De aerogel geleidt weinig warmte, met waarden die vergelijkbaar zijn met die van verschillende gangbare isolatiematerialen, en absorbeert ook geluid.

Door het oppervlak waterafstotend te maken, kan de aerogel bovendien olie opnemen terwijl water grotendeels wordt afgestoten. In tests absorbeerde één gram materiaal bijna vijftien gram olie. Celtests gaven onder de onderzochte omstandigheden geen aanwijzingen voor giftigheid.

De onderzoekers moeten nu aantonen dat de methode ook industrieel haalbaar is. Vooral het opschalen van vriesdrogen, evenals de kosten, het energiegebruik en de uiteindelijke milieuwinst, moet nog worden onderzocht. De NUS zoekt daarvoor samenwerking met bedrijven in onder meer de luchtvaart, afvalverwerking en materiaaltechnologie.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Valentijn Driessen doet boekje open over Peter Bosz: ‘Dat vind ik onfatsoenlijk!’