Onder het ijs van Spitsbergen ligt methaan verborgen. En smeltwater spoelt het naar buiten
In dit artikel:
Smeltwater van gletsjers op Spitsbergen voert methaan mee dat al miljoenen jaren in onderliggend gesteente zit. Dat blijkt uit onderzoek waarvoor wetenschappers 148 watermonsters namen uit negentien gletsjerrivieren in centraal Spitsbergen. In iedere rivier lag de methaanconcentratie hoger dan op basis van contact met de atmosfeer werd verwacht; lokaal was die tot 425 keer hoger.
De belangrijkste bron zijn oude schalielagen met veel organische koolstof. Door langdurige blootstelling aan hitte en druk is daar methaan gevormd. De aanwezigheid van ethaan en propaan en de samenstelling van de koolstof bevestigden de geologische herkomst. Smeltwater dringt via spleten naar de onderkant van de gletsjers, komt daar in contact met het gesteente en transporteert het gas naar rivieren.
De uitstoot hangt niet alleen af van de ondergrond, maar ook van de toestand van de gletsjerbodem. De hoogste concentraties kwamen voor bij gletsjers boven schalie én met een natte, ontdooide en actieve bodem. Grondradar en chemische analyses maakten het mogelijk die combinatie van geologie en ijsomstandigheden te onderzoeken. Naar schatting voeren landwaarts eindigende gletsjers jaarlijks 182 tot 368 ton methaan af.
Hoewel deze hoeveelheid klein is vergeleken met menselijke uitstoot, kan het proces belangrijker worden door verdere opwarming. Dunner wordende en terugtrekkende gletsjers kunnen meer water doorlaten naar gesteente, sediment en grondwater. Tegelijk kunnen sommige gletsjers aan hun basis juist opnieuw vastvriezen, waardoor de methaanafvoer afneemt. De toekomstige uitstoot wordt daarom bepaald door zowel klimaatverandering als de geologie en dynamiek van afzonderlijke gletsjers. Vergelijkbare omstandigheden kunnen voorkomen in andere delen van het noordpoolgebied, de Himalaya en Antarctica.
Vandaag Inside: Wilfred, Merel en Dave gaan voor prankcall In de Wandelgangen en bellen Bas Nijhuis en Chris Woerts