Nog nooit exporteerde Nederland zoveel miljarden kWh naar het buitenland - maar de energierekening daalt niet

maandag, 9 maart 2026 (16:07) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

In 2025 produceerden Nederlandse energiebedrijven, beheerders van wind- en zonneparken en huishoudens samen een recordhoeveelheid elektriciteit: 132 miljard kWh, ruim een kwart meer dan tien jaar geleden. Het CBS meldt dat een flink deel van die stroom – circa 30 miljard kWh – werd uitgevoerd naar buurlanden, vooral Duitsland en België. Door deze ontwikkeling groeit Nederland van netto‑importeur naar een belangrijke schakel in de Noordwest‑Europese elektriciteitsvoorziening.

Zon en wind stonden centraal in de stijging. De zonnestroom nam met 17% toe ten opzichte van 2024, door zowel uitzonderlijk veel zonuren als een groei van het geïnstalleerd vermogen. Over de afgelopen tien jaar is de productie uit zon meer dan twintig keer zo groot geworden. Windenergie liet een gemengd beeld zien: onshore minder productie door zwakkere wind, offshore meer doordat windparken die in 2024 in bedrijf gingen in 2025 voor het eerst een volledig jaar produceerden. Eind 2025 bedroeg het totaal windvermogen ongeveer 7,0 GW op land en 4,7 GW op zee.

Tegelijk nam ook de fossiele productie toe: in 2025 kwam 48% van de stroom uit aardgas en kolen, een stijging ten opzichte van 2024 (gas +11%, kolen +25%). Hoewel kolenproductie veel lager is dan in 2015 (ongeveer 70% minder), onderstreept de groei van fossiele opwek dat gas- en kolencentrales nog altijd een cruciale, flexibele back‑upfunctie vervullen in een systeem dat sterk fluctueert met zon en wind.

Dat consumenten weinig merken van het record wordt door meerdere factoren verklaard. De prijsopbouw van elektriciteit volgt grotendeels de Europese groothandelsmarkt, waar de marginale centrale die nodig is om de vraag te dekken – vaak een gascentrale – de marktprijs bepaalt voor alle geproduceerde stroom. Daarnaast dragen stijgende net‑ en systeemkosten (investeringen in capaciteit, regelvermogen en netverzwaring) en tijdelijke prijseffecten door exportvraag bij aan hoge energierekeningen voor huishoudens.

De trend blijft duidelijk: hernieuwbare bronnen leveren veel meer, Nederland exporteert steeds meer stroom en wordt een regionale elektriciteitshub. Met geplande uitbreidingen van offshore windparken kan de productie in de komende jaren nog verder groeien richting 150–180 miljard kWh. Voor huishoudens kan dat op de langere termijn gunstig zijn, maar om directe prijsdalingen te realiseren zijn aanvullende marktinstrumenten (zoals opslag, flexibiliteitsmarkten en netinnovaties) en beleidsmaatregelen nodig.