Nieuwe waterstofmethode is nu al goedkoper dan alternatieven: betaalbare waterstof lonkt

donderdag, 7 mei 2026 (14:21) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

Onderzoekers van de University of Birmingham (in samenwerking met de University of Science and Technology Beijing) presenteren een nieuwe thermochemische methode om waterstof te maken bij veel lagere temperaturen dan gebruikelijk. In een artikel in het International Journal of Hydrogen Energy beschrijven ze een perovskietkatalysator, BNCF100, gebouwd uit relatief goedkope en niet-zeldzame elementen (barium, niobium, calcium, ijzer). Deze katalysator maakt watersplitsing mogelijk bij 150–500 °C, tegenover de gebruikelijke 1.300–1.500 °C van conventionele routes.

Belangrijke bevindingen: de katalysator bleek in laboratoriumtests stabiel over minstens tien opeenvolgende productierondes, en het materiaal behoudt zijn structuur en prestaties. Omdat de benodigde temperaturen veel lager liggen, kunnen vormen van restwarmte uit industrieën zoals staal, cement en glas — of geconcentreerde zonne-energie — worden benut. Dat maakt lokale productie dicht bij bronnen mogelijk en vermindert de behoefte aan kostbare transport- en opslaginfrastructuur. Zoals professor Yulong Ding zegt: “De lagere temperatuur maakt productie dicht bij duurzame energiebronnen mogelijk.”

Een eerste techno-economische analyse suggereert dat deze route concurrerend kan zijn met zowel groene waterstof (elektrolyse) als blauwe waterstof (aardgas met CO₂-afvang), vooral in regio’s met goedkope hernieuwbare energie of veel industriële restwarmte. Ten opzichte van elektrolyse vergt de methode minder elektriciteit, en vergeleken met steam methane reforming is minder fossiele grondstofafhankelijkheid nodig.

Er is een patent aangevraagd voor BNCF-katalysatoren en de onderzoekers zoeken industriële partners om op te schalen. Tegelijk blijven vragen open: prestaties en duurzaamheid op industriële schaal, continu bedrijfsvoering, onderhoud en integratie met bestaande installaties moeten nog blijken.

Kortom: de techniek toont een veelbelovende, minder energie-intensieve route voor waterstofproductie die restwarmte kan valoriseren en lokale productie mogelijk maakt — mits de laboratoriumbeloften standhouden bij opschaling.