Nederlandse maakindustrie dreigt te verdwijnen zonder robotisering, waarschuwt TNO

vrijdag, 3 april 2026 (10:07) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

TNO waarschuwt dat de Nederlandse maakindustrie binnen afzienbare tijd zwaar onder druk komt te staan als robotisering en automatisering niet fors worden versneld. Door vergrijzing, een structureel tekort aan technisch personeel, relatief hoge loonkosten en stagnerende productiviteitsgroei moet de sector volgens TNO de komende jaren ongeveer 50% productiever worden om internationaal concurrerend te blijven.

Op dit moment heeft Nederland circa 264 industriële robots per 10.000 werknemers, wat internationaal gezien ongeveer de twaalfde plaats betekent. Dat is een stuk lager dan landen als Zuid-Korea, China en Duitsland, die vaak boven de 400 en soms zelfs boven de 1.000 robots per 10.000 werknemers uitkomen. Die achterstand vertaalt zich in arbeidsintensievere productie en minder kostenefficiëntie, waardoor bedrijven kwetsbaar zijn bij dalende marges.

De effecten van uitblijvende investeringen komen snel naar voren: binnen twee jaar zorgt personeelsschaarste al voor hogere kosten en minder betrouwbare leveringstermijnen; binnen vijf jaar raken productielijnen verouderd en blijven rendementen achter; binnen tien jaar bestaat het risico op grootschalige verplaatsing van productie naar het buitenland, sluiting van fabrieken en verlies van strategische autonomie.

TNO ziet grootschalige robotisering als centrale oplossing. Moderne robots — flexibeler, beter aanstuurbaar en steeds vaker uitgerust met AI — kunnen 24/7 werken, de kwaliteit constant houden en zijn beter geschikt voor kleine series en variabele productie, typerend voor Nederlandse bedrijven. Maar technologie alleen is niet voldoende: vooral het midden- en kleinbedrijf kampt met hoge investeringskosten, gebrek aan kennis en onduidelijke businesscases.

Daarom pleit TNO voor een nationale robotiseringsagenda met maatregelen zoals betere financieringsopties (bijv. Robotics-as-a-Service), meer samenwerking en schaalvorming, standaardisatie voor interoperabiliteit, versterking van onderwijs en vaardigheden, en meer inzet van fieldlabs en system integrators die technologie daadwerkelijk in productieprocessen laten werken.

De maakindustrie levert ongeveer 7% van het Nederlandse bbp; inclusief toeleveranciers is de economische impact veel groter. Zonder snelle actie staat niet alleen productiecapaciteit op het spel, maar ook brede economische en strategische belangen.