Nederlandse kernreactor moet corrosie tegengaan met vervangbare onderdelen
In dit artikel:
De Nederlandse reactorontwikkelaar Thorizon en onderzoeksinstituut TNO zijn een gezamenlijk onderzoek gestart naar materialen die bestand zijn tegen het hete, corrosieve zout in gesmoltenzoutreactoren. De resultaten moeten een belangrijk obstakel voor de geplande Thorizon One wegnemen en helpen bij de vergunningverlening voor de PIONEER-demonstrator in Petten.
Gesmoltenzoutreactoren werken bij een lagere druk dan traditionele kerncentrales en kunnen mogelijk efficiënter met nucleaire brandstof omgaan. Het vloeibare zout kan bij hoge temperaturen echter reactoronderdelen aantasten, terwijl nog onvoldoende bekend is hoe snel materialen onder langdurige blootstelling aan hitte, corrosie en straling verouderen.
Thorizon wil dit probleem beperken met afgesloten cartridges waarin het brandstofzout zit. Die cartridges zouden elke vijf tot tien jaar worden vervangen, zodat belangrijke onderdelen minder lang aan het agressieve zout worden blootgesteld. Tijdens die vervanging kunnen ze worden gecontroleerd en zo nodig vernieuwd.
TNO voert corrosietests uit, onderzoekt de eigenschappen van materialen en ontwikkelt modellen om hun levensduur te voorspellen. Ook wordt bekeken of beschermende coatings bruikbaar zijn. Het onderzoek is begonnen bij Thorizon in Amsterdam en de TNO-laboratoria in Petten, in samenwerking met onder meer TU Delft, NRG PALLAS en buitenlandse instituten.
Naast materiaalontwikkeling onderzoekt Thorizon met uraniumverrijker Urenco de toekomstige brandstofvoorziening. De eerste reactoren moeten HALEU gebruiken, uranium met een hogere verrijkingsgraad dan in veel bestaande kerncentrales. Ook wordt gekeken naar het gebruik van verarmd uranium. Thorizon mikt op de eerste commerciële reactoren halverwege de jaren dertig.
Vandaag Inside: Johan Derksen blikt vooruit op zaak-Jhon van Beukering: 'Dat wordt interessant!'