Narwallen brengen een nieuwe bedreiging voor Groenlandse gletsjers in kaart
In dit artikel:
Zes narwallen hebben onderzoekers geholpen warm Atlantisch water op te sporen in afgelegen fjorden van Oost-Groenland. De dieren kregen tussen 2017 en 2020 sensoren die tijdens hun normale duiken temperatuur, zoutgehalte en diepte registreerden. Samen leverden ze 2.060 metingen op, soms vanaf meer dan 1.500 meter diepte. Daarmee onderzochten ze delen van de Kangertittivaq, het grootste fjordsysteem ter wereld, waar onderzoeksschepen door zee-ijs en de afgelegen ligging nauwelijks kunnen komen.
De metingen laten zien dat warm en zout Atlantisch water vanaf ongeveer 250 meter diepte honderden kilometers de fjorden binnendringt. In diepe delen, zoals de Nordvestfjord, bereikt het water bekkens vlak bij gletsjers die in zee eindigen. Het kan daar rechtstreeks in contact komen met het onderwatergedeelte van het ijs. In ondiepere fjorden vormt de zeebodem vaker een natuurlijke drempel, waardoor het warme water minder ver komt. Ook in de Kangerlussuaq en Nansen Fjord vonden de onderzoekers duidelijke invloed van Atlantisch water.
De onderzoekers combineerden de narwalgegevens met meer dan 2.200 historische metingen uit de World Ocean Database. Daaruit blijkt dat de warme Atlantische waterlaag dikker wordt, terwijl de koude oppervlaktelaag uit het Noordpoolgebied dunner wordt. Langs de Oost-Groenlandse kust vonden zij tussen 1960 en 2021 bovendien een temperatuurstijging van ongeveer 0,047 graden Celsius per jaar. De resultaten zijn belangrijk voor klimaatmodellen, omdat extra warmte bij de gletsjers het smelten en afkalven kan versnellen. Het daardoor vrijkomende zoete water kan bovendien de oceaanstromingen in de Noord-Atlantische Oceaan beïnvloeden.
Vandaag Inside: Estavana Polman stellig over babynaam In de Wandelgangen: ‘Dat wordt het niet…’