Nachtuilen raken vaker arbeidsongeschikt: "Je lichaam is nooit voorbereid op wat er gaat komen"
In dit artikel:
Fins onderzoek onder bijna 5.700 werkenden laat zien dat uitgesproken avondmensen vaker langdurig arbeidsongeschikt raken vóór hun pensioen. De deelnemers, geboren in 1966 in Noord-Finland, werden vanaf hun 46ste twaalf jaar gevolgd. Zij gaven aan wanneer ze het liefst slapen en op welk moment van de dag ze het best functioneren. Ongeveer 10 procent van de mannen en 12,5 procent van de vrouwen bleek een duidelijk avondtype.
Van de mannen met een ochtendritme kreeg 5 procent een arbeidsongeschiktheidsuitkering, tegenover ruim 8 procent van de mannelijke avondmensen. Bij vrouwen was dat ruim 7 tegenover 12 procent. Daarmee lag het risico voor avondtypes ongeveer 1,7 keer hoger. Opleiding, inkomen en beroep verklaarden het verschil nauwelijks. Slechtere gezondheid, minder beweging en vooral slechtere slaap deden dat grotendeels wel. Ook werkuren en nachtdiensten verzwakten het verband. Omdat het om observationeel onderzoek gaat, bewijst de studie niet dat een laat chronotype op zichzelf arbeidsongeschiktheid veroorzaakt.
Slaapexpert Johan Verbraecken wijst erop dat de maatschappij vroeg begint, waardoor avondmensen gemakkelijker structureel slaap tekortkomen. Dat kan het risico op onder meer hart- en vaatziekten, diabetes en obesitas verhogen. Chronobioloog Marijke Gordijn benadrukt dat niet iedereen die laat naar bed gaat een echte nachtuil is: een avondtype kan met een laat schema juist goed uitgerust zijn. Problemen ontstaan vooral wanneer het natuurlijke ritme botst met werk- en schooltijden.
Een regelmatig slaapritme, veel ochtendlicht en weinig fel licht of schermen in de avond kunnen de biologische klok helpen vervroegen. Gordijn adviseert om op vrije dagen niet meer dan ongeveer een uur af te wijken van het werkritme. Werkgevers kunnen daarnaast rekening houden met het chronotype bij het plannen van werktijden.
Vandaag Inside: Dave Maasland over ShinyHunters-verdachte Pepijn van der S.: 'Ik stoor me aan die berichtgeving'