Michelangelo háátte zijn werk aan de Sixtijnse Kapel en dat kun je nog steeds zien
In dit artikel:
Michelangelo, wiens fresco’s in de Sixtijnse Kapel jaarlijks miljoenen toeristen trekken, had een haat-liefdeverhouding met zijn bekendste schilderwerk: hij verafschuwde het schilderen. De beeldhouwer uit Florence werd rond 1509 door paus Julius II met een list naar Vaticaanstad gehaald — aanvankelijk mocht hij eerst aan een pauselijke tombe werken, maar het pausdom eiste uiteindelijk dat hij het plafond van de Sixtijnse Kapel beschilderde. Michelangelo had een voorkeur voor marmer; schilderen deed hij met tegenzin.
Het werk aan het plafond nam jaren beslag (het artikel noemt een start in 1509 en voltooiing in 1512) en verliep moeizaam. Omdat hij weinig ervaring had met fresco’s vroeg hij aanvankelijk hulp van collega’s, maar stuurde die snel weg toen hij ontevreden was over hun techniek. Technische problemen zorgden voor tegenslagen: een te vochtige kalklaag leidde tot schimmel en beschadigde delen, waaronder de voorstelling van de zondvloed, die later door vrienden moest worden gereinigd. De fysieke belasting was groot: dag in dag uit omhoog turen op steigers leidde tot oog- en nekklachten en staande rug- en zitproblemen. Michelangelo beschouwde zichzelf niet als schilder en klaagde herhaaldelijk over de martelende werkzaamheden; zelfs de paus dreigde met harde maatregelen als het tempo te laag bleef.
Ongeveer een kwart eeuw later keerde hij terug naar de kapel om Het laatste oordeel op de wand achter het altaar te schilderen. Ook dat project bracht controverse: een ceremoniemeester van paus Paulus III vond de naakte figuren ongepast en uitte zijn afkeuring. Mogelijk plaatste Michelangelo die functionaris spottend in zijn fresco, afgebeeld met ezelsoren en door een slang gebeten. Naast ruzies en kritiek was Michelangelo ook trots en beschermend over zijn werk; volgens zijn biograaf Vasari vernietigde hij veel eigen schetsen om te voorkomen dat anderen zijn proces zouden doorgronden. Daardoor zijn er veel minder tekeningen bewaard gebleven dan hij er waarschijnlijk maakte — één kleine oefenschets uit de Sixtijnse Kapel bracht begin 2026 een recordbedrag op.
Uiteindelijk bracht zijn tijd in de Sixtijnse Kapel hem — ondanks zweet, spierpijn en onvrede — enorm artistiek prestige, waarna hij de rest van zijn lange leven (hij werd 89) weer grotendeels aan zijn geliefde beeldhouwkunst wijdde.
De Oranjezomer: Theo Janssen verspreekt zich over Frenkie de Jong: ‘Houd het nou bij koffie!’