Mensen zijn echt al duizenden jaren vooral monogaam
In dit artikel:
Archeoloog Mark Dymble (Cambridge) heeft met DNA uit prehistorische menselijke resten onderzocht hoe vaak mensen de afgelopen duizenden jaren feitelijk aan één partner trouwden. Door data uit opgravingen in Europa en westelijk Azië te analyseren vergeleek hij hoeveel broers en zussen vollere familiebanden hadden: als ouders monogaam waren, zouden kinderen vooral volle broers/zussen zijn; bij veel paren met meerdere partners zou je relatief veel halfbroers/halfzussen vinden.
De uitkomst: ongeveer twee derde van de gevonden broers en zussen bleek volle familie, en circa een derde halfverwant. Dat wijst erop dat het model van één mannetje plus één vrouwtje al lange tijd de dominante vorm van voortplanting was — niet absoluut, maar duidelijk vaker voorkomend dan bij de meeste andere zoogdieren. Ter illustratie staat de menselijke situatie dichter bij strikt monogame diersoorten (zoals de Patagonische haas, die in paren leeft) dan bij apen zoals chimpansees, bonobo’s of gorilla’s, waar meerdere partners gangbaar zijn.
De studie gebruikt een indirect maar doeltreffend spoor: het nageslacht om de seksuele relaties van hun ouders af te leiden. Omdat sinds het begin van deze eeuw oud DNA vaak goed te reconstrueren is, kon Dymble datasets uit verschillende periodes (onder meer steentijd en bronstijd) combineren. Belangrijk is dat de bevindingen niet suggereren dat iedereen altijd trouw was — er is duidelijk ook buitenechtelijk nageslacht — maar dat monogamie gemiddeld genomen opvallend vaak voorkwam.
De analyse laat echter essentiële vragen onbeantwoord. DNA toont niet wat mensen dachten of welke sociale normen er golden; het zegt niets over of monogamie aangeboren is of juist het gevolg van sociale structuren. Bovendien hangt de methode ervan uit dat buitenseksuele relaties ook tot nageslacht leidden en kan er sprake zijn van selectiebias in welke skeletten bewaard en onderzocht zijn. Wetenschappers vermoeden dat langdurige parenbindingen hebben bijgedragen aan het ontstaan van complexere samenlevingen, maar of die samenlevingen monogamie bevorderden of andersom kan DNA alleen niet vaststellen.
Kort: het onderzoek vult een hiërntje in over prehistorisch sociaal gedrag: monogaam paarvorming lijkt al duizenden jaren de norm, zij het niet universeel.