Lactose-intolerant maar toch melk drinken: is de online geroemde 'A2-melk' de oplossing?
In dit artikel:
A2-melk is geen wondermiddel, maar voor sommige mensen wel mogelijk minder onaangenaam, zegt zuiveldeskundige Kasper Hettinga van Wageningen University. Het onderscheid tussen gewone melk en A2-melk zit in een variatie van het caseïne-eiwit: er bestaan meerdere vormen, waaronder A1 en A2. Tegenstanders van A1-melk stellen dat bij de vertering van A1-caseïne het peptide BCM-7 ontstaat, dat ontstekingen en klachten zou veroorzaken. Recente onderzoeken en de Europese voedselautoriteit EFSA tonen echter aan dat dit beeld te simpel is: BCM-7 blijkt ook bij A2-melk te kunnen ontstaan en eerdere studies die A2 gunstig beoordeelden waren vaak methodologisch zwak.
Een plausibele verklaring waarom sommige mensen baat zouden kunnen hebben, ligt niet primair in dat specifieke peptide maar in hoe de eiwitten in de maag samenklonteren. Bij A2-caseïne vormt zich volgens Hettinga een zachtere, makkelijker afbreekbare „kaasachtige” substantie in de maag. Daardoor wordt de eiwitklont sneller verkleind en naar de dunne darm getransporteerd, wat bij gevoelige personen tot minder een vol- of opgeblazen gevoel kan leiden. Dit effect is beperkt en verschilt per persoon.
Voor Nederlanders is het voordeel bovendien klein omdat veel Nederlandse koeien al vooral A2-caseïne produceren; de melk in supermarkten bestaat hier grotendeels uit A2-variant. Belangrijk ook: A2-melk lost problemen door lactose-intolerantie niet op — lactose is een suiker en staat los van caseïnevarianten — en bij koemelkallergie zullen de meeste mensen ook geen verschil merken.
Kort: A2-melk is geen gezondheidspanacee, maar kan voor sommige mensen licht minder maag-darmongemak geven. De wetenschappelijke onderbouwing is nog beperkt, en in Nederland speelt het praktisch gezien minder, omdat veel melk hier al voornamelijk A2 bevat.
De Oranjezomer: Victor Vlam hoort twijfel bij Gordon over doorzetten ochtendshow: 'Ik vind het schandalig!'