Kindermisbruik laat mogelijk 'littekens' achter op de hersenen
In dit artikel:
Een internationaal onderzoek onder 3.711 mensen uit acht landen wijst erop dat ervaringen met kindermishandeling samenhangen met blijvende verschillen in de hersenstructuur. De studie, gepubliceerd in *Biological Psychiatry*, onderzocht deelnemers van 8 tot 69 jaar, onder wie mensen met een depressie of PTSS en gezonde deelnemers. Daarmee wilden de onderzoekers nagaan of de hersenverschillen losstaan van een psychiatrische diagnose.
De deelnemers rapporteerden lichamelijke en emotionele mishandeling, seksueel misbruik en lichamelijke of emotionele verwaarlozing. Vervolgens vergeleken de onderzoekers hun MRI-scans met groeimodellen die aangeven wat op een bepaalde leeftijd en bij een bepaald geslacht gebruikelijk is voor de dikte, oppervlakte en het volume van hersengebieden.
Bij jongvolwassenen die ernstigere mishandeling hadden meegemaakt, waren onder meer de thalamus en globus pallidus groter dan verwacht. Verschillende delen van de hersenschors waren juist dunner of kleiner, terwijl ook het oppervlak van hersengebieden afweek. De duidelijkste patronen werden gezien bij jongvolwassen vrouwen; sommige verschillen waren ook bij oudere vrouwen zichtbaar. Verwaarlozing hing vooral bij jonge vrouwen samen met veranderingen in het oppervlak van de hersenschors, terwijl bij jonge mannen veel minder effecten werden gevonden.
De veranderingen volgden geen vast patroon: sommige gebieden waren groter of dikker, andere kleiner of dunner. Veel betrokken gebieden spelen een rol bij emoties en denken. De onderzoekers noemen dit daarom voorzichtig een mogelijk ‘neurobiologisch litteken’, maar benadrukken dat de resultaten niet bewijzen dat mishandeling rechtstreeks fysieke hersenschade veroorzaakt. Ook werd bij jongere deelnemers geen duidelijk verband gevonden, mogelijk doordat er te weinig kinderen aan het onderzoek deelnamen.
De bevindingen kunnen helpen verklaren waarom kindermishandeling het risico op depressie en PTSS verhoogt en waarom mensen met dezelfde diagnose verschillend reageren op behandelingen. Omdat het onderzoek een momentopname is, kan het geen oorzaak-gevolgrelatie aantonen en zegt het niets over het functioneren van een individu. Vervolgonderzoek waarbij deelnemers langdurig worden gevolgd moet uitwijzen wanneer de verschillen ontstaan, hoe lang ze aanhouden en of ze samenhangen met latere psychische problemen.
Vandaag Inside: Shelly Sterk op de vingers getikt om decolleté: 'Wat zag jij eruit?!'