Japan wil kernafval 100.000 jaar opslaan op een afgelegen eiland — maar hoe veilig is dat?
In dit artikel:
Japan onderzoekt het afgelegen atol Minami Torishima als mogelijke definitieve opslagplaats voor hoogradioactief kernafval. Het mikro-eiland ligt ongeveer 1.950 km ten zuidoosten van Tokio, beslaat circa 1,5 km² en heeft geen burgerbevolking; alleen overheidspersoneel en militairen zijn er aanwezig. In maart 2026 is formeel bij de burgemeester van Ogasawara — waaronder het atol valt — gevraagd om de geschiktheid te toetsen.
De aanleiding is de wereldwijde en groeiende hoeveelheid kernafval: meer dan 400.000 ton gebruikte splijtstof bestaat inmiddels, en in Japan liggen zo’n 2.500 containers met verglaasd hoogradioactief afval tijdelijk opgeslagen in onder andere Aomori en Ibaraki. Landen zoeken naar diepe geologische opslag, mogelijk honderden meters ondergronds en ontworpen om radioactiviteit tienduizenden tot 100.000 jaar te isoleren. Japan kijkt daarbij naar voorbeelden als Finland’s Onkalo, waar afval in koperen containers in stabiel graniet wordt geplaatst.
NUMO (Nuclear Waste Management Organization of Japan) noemt meerdere voordelen van Minami Torishima: geen lokale bevolking dus minder maatschappelijke weerstand, al bestaande voorzieningen zoals een landingsbaan en haven, en de extreme isolatie die bij incidenten de impact beperkt. Geopolitieke motieven spelen mogelijk ook mee; het eiland ligt strategisch in de Stille Oceaan en wordt wel genoemd in verband met winning van zeldzame aardmetalen uit de zeebodem.
Tegelijkertijd stuiten de plannen op stevige kritiek van wetenschappers en milieuorganisaties zoals het Citizens’ Nuclear Information Centre. Belangrijke zorgen zijn het gebrek aan gedetailleerd geologisch onderzoek van het atol en omliggende zeebodem, en het feit dat het eiland grotendeels uit poreus kalksteen met een vulkanische basis bestaat — eigenschappen die de doorgang van water en daarmee het risico op lekkages kunnen vergroten. Klimaat- en weergerelateerde risico’s zijn significant: Minami Torishima ligt in een gebied met tyfoons, stormvloeden, zeespiegelstijging en mogelijke tsunami’s, en zout zeewater vergroot corrosie- en stabiliteitsproblemen. Ook logistiek vormen transport en veilige opslag van duizenden tonnen radioactief materiaal over zee een complex en risicovol vraagstuk.
De keuze stuit op ethische en politieke vragen: het verplaatsen van potentiële risico’s naar een onbewoond, moeilijk te controleren eiland om binnenlandse weerstand te omzeilen roept vergelijkbare bezwaren op als eerdere nucleaire discussies na de ramp in Fukushima (2011). Of Minami Torishima een pragmatische doorbraak of juist een nieuwe risicobron wordt, hangt af van langdurig wetenschappelijk onderzoek en politieke afwegingen — met consequenties die generaties ver vooruit reiken.