ITER test gigantische magneet van 330 ton: belangrijke stap richting kernfusie
In dit artikel:
Het internationale kernfusieproject ITER heeft in Zuid-Frankrijk een belangrijke test afgerond met spoel nummer 17, een D-vormige supergeleidende magneet van 330 ton. De magneet werd afgekoeld tot 4 kelvin, oftewel -269 graden Celsius, en belast met een stroom van 34.000 ampère. Dat is de helft van de beoogde bedrijfsstroom van 68 kiloampère. De magneet gedroeg zich volgens de voorspellingen van de computermodellen.
Ingenieurs onderzochten vooral hoe de constructie vervormt onder de enorme elektromagnetische krachten die ontstaan wanneer de magneten het plasma in de reactor moeten opsluiten. De achttien toroidale magneten van ITER kunnen samen ongeveer 41 gigajoule aan magnetische energie opslaan. De supergeleidende kabels van niobium-tin geleiden zulke hoge stromen vrijwel zonder weerstand bij extreem lage temperaturen.
De tests moeten ook aantonen of de beveiliging bestand is tegen een zogenoemde quench: het plotseling verliezen van de supergeleidende toestand, waarbij veel warmte kan vrijkomen. Spoel 17 is inmiddels uit de testfaciliteit gehaald en wordt geïntegreerd in een reactormodule. Vanaf april 2027 wordt reservemagneet 19 getest, met als doel de volledige stroom van 68 kiloampère te bereiken. ITER verstevigt daarvoor de installatie en test nieuwe aansluitingen, isolatie en veiligheidsprocedures. De resultaten bewijzen nog geen kernfusie, maar verkleinen wel belangrijke technische risico’s vóór de ingebruikname van de reactor.
Vandaag Inside: Dave Maasland vertelt In de Wandelgangen over zijn nieuwe tv-programma: 'Ik hoop echt...'