In welk tijdperk was jij een topmodel?
In dit artikel:
Schoonheidsidealen zijn door de eeuwen heen voortdurend veranderd. Wat nu als aantrekkelijk geldt, kon vroeger juist ongewenst zijn. Bovendien draaiden idealen vaak niet alleen om uiterlijk, maar ook om vruchtbaarheid, puurheid, mannelijkheid en het tonen van rijkdom of status.
In de prehistorie zijn de aanwijzingen beperkt, omdat weinig organisch materiaal bewaard is gebleven. De beroemde Venus van Willendorf met haar grote borsten en buik wordt vaak gezien als bewijs voor een voorkeur voor volle vrouwen, maar volgens conservator Luc Amkreutz kan het beeldje ook vooral vruchtbaarheid hebben gesymboliseerd. Bij de Alpenbewoner Ötzi, die rond 3300 voor Christus leefde, werden veel tatoeages gevonden. Die kunnen versiering zijn geweest, maar ook een medische of rituele functie hebben gehad. Toiletsets met pincetten en scheermessen wijzen er daarnaast op dat mannen in de bronstijd en vroege ijzertijd hun lichaamshaar verzorgden.
In de Griekse en Romeinse oudheid golden andere kenmerken als aantrekkelijk. Romeinse vrouwen benadrukten hun ogen met kohl of, voor wie minder geld had, lampenolie. Dikke wenkbrauwen en zelfs een doorlopende wenkbrauw werden door dichters bewonderd, al is er weinig ander bewijs voor dat laatste. Ook ingewikkelde, volle kapsels waren populair: ze lieten zien dat iemand tijd en bedienden kon betalen. Grote borsten golden juist niet als ideaal. In het klassieke Griekenland werd bij mannen een klein geslachtsdeel verbonden aan zelfbeheersing en beschaving; grote genitaliën werden eerder met barbaren en dieren geassocieerd.
In de vroege middeleeuwen waren donker, golvend haar en een gladde, stralende huid voor zowel mannen als vrouwen gewild. Mensen gebruikten allerlei recepten om hun haar te wassen, verven en krullen, soms met opvallende ingrediënten zoals as van een groene hagedis. Een ongeschonden huid gold als teken van innerlijke goedheid. Daarvoor werd onder meer loodwit gebruikt, zonder dat men wist dat dit giftig was. Tanden waren al te reinigen, maar zichtbaar lachen werd afgeraden omdat emoties beheerst moesten worden.
Tijdens de late middeleeuwen werden hoge voorhoofden populair. Vrouwen epileerden hun wenkbrauwen en haargrens en bleekten hun resterende haar om op de blonde Maria te lijken. Een wit, groot voorhoofd zou bovendien zuiverheid uitstralen. Rond 1400 tot 1500 had een vrouw volgens schilderijen idealiter kleine borsten en een ronde, wat zwangere buik. Dat verwees opnieuw naar vruchtbaarheid. Mannen benadrukten hun mannelijkheid met steeds grotere codpieces: beschermende kledingstukken die uiteindelijk vooral de omvang van het geslachtsdeel accentueerden.
In de achttiende eeuw was een recht, bijna plankachtig silhouet voor vrouwen modieus. Onderkleding drukte de borsten plat en omhoog, terwijl de taille hoog onder de borsten kwam te liggen. In de negentiende eeuw verschoof de aandacht naar een extreem smalle taille, geholpen door korsetten die ook door mannen werden gedragen. Rond 1860 werd een groot achterwerk door de mode benadrukt, vooral omdat daar veel stof samenkwam en dus rijkdom zichtbaar werd. Rond 1840 golden een bleke huid, tengerheid en een ziekelijke uitstraling zelfs als aantrekkelijk. Aan het begin van de twintigste eeuw waren juist forse rondingen populair. Korsetten duwden de borsten en billen in een opvallende S-vorm, bekend van de zogenoemde Gibson girl.
Vanaf de twintigste eeuw volgden de idealen elkaar steeds sneller op. In de jaren twintig waren jongensachtige, zelfstandige vrouwen in de mode, waarna vollere figuren weer populair werden. Later wisselden onder meer puntige borsten, gespierde lichamen en een extreem dun uiterlijk elkaar af. Bij mannen veranderde vooral de hoeveelheid lichaamshaar: lange haren en snorren waren in de jaren zeventig populair, terwijl die in de jaren negentig weer verdwenen. Ook deze eeuw wisselde het ideaal al meerdere keren tussen een voller en een zeer slank lichaam.
De terugkerende patronen laten zien dat schoonheidsidealen vaak maatschappelijke betekenissen hebben. Een vol lichaam kon wijzen op toegang tot voedsel, ingewikkelde kapsels op beschikbare tijd en bedienden, en kostbare kleding op welvaart. Bij vrouwen lag de nadruk bovendien vaak op vruchtbaarheid en kuisheid, terwijl mannen vooral mannelijkheid en status moesten uitstralen. Omdat idealen blijven veranderen, is het huidige schoonheidsbeeld slechts tijdelijk en is het goed mogelijk dat eigenschappen die nu afwijken later weer als aantrekkelijk gelden.
Vandaag Inside: 'Directeurtje staat te trappelen om Stefan de Walle op te volgen als Sinterklaas'