Hoeveel heelallen zijn er nu echt?
In dit artikel:
Films en series laten het graag zien: eindeloze parallelle werelden en helden die via portals van het ene universum naar het andere springen. Wetenschappers hebben ook een multiversumconcept, maar dat wijkt wezenlijk af van Hollywood‑fantasieën. Volgens theoretisch natuurkundige Jan Pieter van der Schaar (Universiteit van Amsterdam) is het popcultuurplaatje "prachtig", maar "heeft niks te maken met echte wetenschap." Het wetenschappelijke multiversum is voorlopig een hypothese, niet bevestigd door metingen.
Waarom denken sommige natuurkundigen aan meerdere universums? Een van de knoppen is de oerknal en het vervolg daarop: het heelal begon met een enorme expansie en wordt aangedreven door wat we 'donkere energie' noemen. Volgens kwantumberekeningen zou de vacuümenergie – de energie van het lege niets – astronomisch groter moeten zijn dan wat we in ons eigen heelal waarnemen. Van der Schaar noemt een getal waar je bijna duizelig van wordt: minstens 10^120 keer te veel. Dat enorme verschil maakt het statistisch plausibel dat er heel veel uiteenlopende universums bestaan, zodat de kans groeit dat er ergens één 'toevallig' de juiste eigenschappen heeft om leven en stabiele structuren te hebben zoals het onze.
Wetenschappers gebruiken tastbare metaforen: het multiversum als een brood in de oven, waarin elk belletje deeg een eigen universum is; of een gigantische doos eieren, waarvan sommige heel zijn en andere gebroken. Theorieën als de snaartheorie suggereren dat de natuurwetten en deeltjes in andere universums anders kunnen zijn — sommige stabiel, andere niet — waardoor overal uiteenlopende combinaties mogelijk zijn.
Reizen tussen universums zoals in films kan volgens de huidige natuurkunde niet: het vacuüm buiten ons universum is ondoordringbaar en de verschillende 'bubbels' lopen steeds verder uit elkaar door expansie. Bewijs zoeken moet daarom op een indirecte manier gebeuren — wat Van der Schaar 'kosmologische archeologie' noemt. Onderzoekers speuren naar oude signalen, met name patronen in de kosmische achtergrondstraling (CMB) of mogelijke resten van botsingen tussen onze bubbel en andere bubbels kort na de oerknal. Zulke sporen zouden het bestaan van andere universums aannemelijker maken.
Tot nu toe leveren waarnemingen geen overtuigend bewijs voor het multiversum. Daardoor blijft het een aantrekkelijke, maar speculatieve verklaring voor het 'fijn afgestelde' karakter van ons heelal. Als iemand wél overtuigende aanwijzingen vindt, zou dat grote gevolgen hebben voor ons begrip van het ontstaan van alles — en mogelijk voor onderscheidingen als de Nobelprijs.
Belangrijk om te onderscheiden: het in films populaire Many‑Worlds‑idee uit de kwantuminterpretatie (waarbij bij elke keuze een nieuw universum zou ontstaan) is praktisch ontestbaar en meer een filosofische overweging, aldus Van der Schaar. Ook verzinsels als begaanbare wormgaten lijken met onze huidige kennis ongeschikt om mensen of objecten door te sturen; in zulke doorgangen zou materie extreem samengedrukt worden.
Kortom: het multiversum is voor veel kosmologen een serieuze, elegante manier om fundamentele problemen zoals de waarde van donkere energie te verklaren, maar het blijft voorlopig een theoretisch bouwwerk dat nog wacht op meetbare sporen in het licht van de oerknal.