Hoe de klimaatverandering boomzwaluwen langzaam klemzet
In dit artikel:
Boomzwaluwen in Noord-Amerika beginnen door de opwarming van de aarde steeds vroeger met broeden, maar vooral de noordelijke populaties lijken hun grenzen te bereiken. Dat blijkt uit een grootschalige studie van Cornell University, gebaseerd op bijna 95.000 nesten uit 123 gebieden, van Alaska en Canada tot het zuiden van de Verenigde Staten, met gegevens uit de periode 1966 tot 2024.
De onderzoekers gebruikten waarnemingen van duizenden wetenschappers en burgerwetenschappers via projecten als NestWatch en eBird. Daaruit komt naar voren dat boomzwaluwen gemiddeld bijna een dag eerder eieren leggen per graad temperatuurstijging. Toch pakt dat in het noorden slechter uit, omdat het voorjaar daar grilliger is geworden: een warme start kan snel omslaan in kou. De vogels lijken vooral te reageren op het weer in de drie weken vóór het broeden, maar dat maakt hun timing kwetsbaar.
Koud weer is extra schadelijk omdat jonge vogels dan slechter groeien en er bovendien minder insecten zijn, hun belangrijkste voedselbron. Volgens de onderzoekers doen noordelijke populaties het hierdoor steeds slechter: hun aantallen zijn in de afgelopen halve eeuw het sterkst gedaald, terwijl populaties in het zuiden stabiel bleven of juist toenamen. De studie wijst erop dat klimaatverandering niet alleen de temperatuur verandert, maar ook de voorspelbaarheid van seizoenen, wat voor veel diersoorten een groeiend probleem kan worden.
De Oranjezomer: Noa Vahle zet twijfels bij mogelijke Ajax-transfer: 'Dan kan die deal nog klappen!'