Historische dierentuinfoto's: zo close waren dieren en mensen vroeger

maandag, 2 februari 2026 (09:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Eeuwen geleden was direct contact met zoo-dieren heel gewoon: bezoekers mochten aaien, voeren en soms zelfs op olifanten rijden. Dat veranderde ingrijpend omdat dierverzorgers en onderzoekers ontdekten dat dieren daarvan niet per se beter worden. Dierentuinen die ooit begonnen als besloten onderzoeksinstellingen en zich in het begin van de twintigste eeuw openden voor het grote publiek, ontwikkelden zich tot populaire uitstapjes — met alle aandacht voor jonge dieren van dien.

Historicus Wessel Broekhuis (Artis) en Bas Lukkenaar (Burgers’ Zoo, Arnhem) leggen beide uit dat veel jongen vroeger als ‘flessenjong’ werden grootgebracht: uitgestoten of verlaten door de moeder, opgevoed door mensenhanden. Dat bespaarde lichamelijk leed en deed de jongen overleven, maar sociale vaardigheden die dieren normaal gesproken van soortgenoten leren — zoals jacht, waakzaamheid of groepsgedrag — bleven vaak achterwege. Als gevolg konden zulke dieren later asociaal gedrag vertonen, moeilijk aansluiting vinden in groepen en problemen hebben bij voortplanting. Een dier dat mensgericht gedrag heeft geleerd, is bovendien ongeschikt voor terugplaatsing in het wild.

Vanaf de jaren zeventig verschoven inzichten in natuurbescherming en dierenwelzijn de koers van veel dierentuinen. Internationale afspraken over bedreigde soorten en meer kennis over natuurlijk gedrag en voeding leidden tot kritische zelfreflectie: als dierentuinen een rol wilden spelen in behoud en herintroductie, moesten hun dieren zo natuurlijk mogelijk leven. Lukkenaar en Broekhuis beschrijven hoe moderne instellingen het contact met dieren minimaliseren — niet alleen om bezoekers te beschermen, maar om te voorkomen dat dieren menselijk gedrag aannemen. Voeren door publiek werd teruggedrongen omdat het gezondheidsproblemen (zoals overgewicht) en onnatuurlijk bedelgedrag veroorzaakt.

In hedendaagse dierentuinen zijn verzorgers zo onzichtbaar mogelijk; fysiek contact is doorgaans beperkt tot noodzakelijke medische handelingen. In uitzonderingssituaties — bijvoorbeeld wanneer een moeder haar jong niet kan grootbrengen — proberen verzorgers alternatieven zoals surrogaatmoeders. Als dat niet mogelijk is, wordt soms gekozen voor inslapen om te voorkomen dat een dier verstoorde gedragsrepertoires ontwikkelt. Volgens Lukkenaar vermoedelijk al vanaf de jaren tachtig is het massale aaien en voeren nagenoeg verdwenen uit deze Nederlandse instellingen.

Fotomateriaal uit vroeger tijden blijft charme uitoefenen, maar met onze huidige kennis oogt het vaak minder onschuldig. Artis toont tot en met 25 mei in het Groote Museum de tentoonstelling Dichtbij Tanja over het bekende nijlpaard Tanja en de veranderde relatie tussen mensen en dierentuindieren. De ontwikkelingen illustreren hoe dierentuinen zijn verschoven van volksvermaak naar instellingen gericht op natuurbehoud, dierwelzijn en het behoud van soorttypisch gedrag.