Gif in onze producten: 5 voorbeelden uit het verleden

zondag, 1 maart 2026 (13:25) - Quest.nl

In dit artikel:

In de loop van de negentiende en twintigste eeuw brachten huishoudelijke gewoonten en commerciële trends dodelijke stoffen het dagelijks leven in. Fabrikanten en consumenten haalden giftige materialen in huis omdat de gevaren nog onbekend waren of omdat de opbrengst groter leek dan het risico. Quest noemt vijf klassieke voorbeelden.

1) Arsenicum in groen behang — rond 1850 was felgroen behang, vaak gekleurd met Scheelesgroen (arsenicum), populair in Victoriaanse interieurs. Mensen wisten dat het niet verstandig was om aan het behang te likken, maar het idee dat verdampende deeltjes schadelijk konden zijn, was nieuw. In sommige paleizen hing de kleur tot een diplomaat ziek werd en bijvoorbeeld koningin Victoria het later liet verwijderen.

2) Radium in consumentengoederen — na de ontdekking van radium in 1898 raakte alles met ‘radium’ in de naam in trek. Producten van haar- tot cacaomarketingclaimden stralende krachten; soms werd radium daadwerkelijk verwerkt, vooral in oplichtende wijzerplaten van horloges zodat je in het donker de tijd kon zien. Pas vanaf de jaren twintig kwam het besef dat radioactieve straling ziekten en stralingsaandoeningen kon veroorzaken.

3) Kwik als geneesmiddel en thermometervulling — kwik zat eeuwenlang in medische toepassingen, bijvoorbeeld in behandelingen tegen syfilis: mensen slikten of smeerden het middel. Thermometers vol kwik werden populair omdat de vloeistof goed uitzet met warmte. Kwikvergiftiging geeft ernstige neurologische schade en kan dodelijk zijn, vooral bij langdurige of hoge blootstelling.

4) Asbest als bouwmateriaal — halverwege de twintigste eeuw was asbest een veelgebruikt, goedkoop en brandwerend bouwmateriaal. Fijn vezelmateriaal in isolatie, vloeren en plafonds loste bij beschadiging op in kleine deeltjes die bij inademing longziekten en longkanker veroorzaken. In sommige huizen uit die periode ligt asbest nog altijd latent; verwijdering vereist specialistische sanering.

5) DDT als ongediertebestrijder — in de jaren vijftig en zestig werd DDT breed ingezet tegen insecten. Het kwam terecht in tapijten, meubels en zelfs behang van kinderkamers. Hoewel het effectief was tegen plaagdieren, bleek langdurige blootstelling schadelijk voor de menselijke gezondheid (onder andere verhoogd risico op bepaalde kankers en verminderde vruchtbaarheid) en ecologische kringlopen te verstoren; het gebruik is daarom sterk beperkt of verboden.

De gemeenschappelijke noemer is dat veel van deze producten aanvankelijk als vooruitstrevend of praktisch werden gezien, terwijl hun lange-termijnrisico’s later aan het licht kwamen. De geschiedenis roept de vraag op welke huidige alledaagse stoffen over honderd jaar als onverantwoordelijk zullen worden bestempeld. Terughoudendheid, langdurige gezondheidsonderzoeken en strenge regelgeving zijn cruciaal om herhaling te voorkomen; sommige oude problemen, zoals asbest in bestaande woningen, blijven de samenleving bovendien decennia later nog bezig houden.