Europese landen willen Noordzee inzetten als energiebron voor honderd miljoen huishoudens

dinsdag, 27 januari 2026 (12:21) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

Negen Europese landen spraken deze week in Hamburg af de Noordzee te ontwikkelen tot ’s werelds grootste hub voor groene energie. Het doel: tegen 2050 gezamenlijk 300 gigawatt aan offshore windvermogen bouwen — voldoende stroom voor ongeveer honderd miljoen huishoudens — en daarmee een flinke stap zetten richting Europese energietransitie en minder afhankelijkheid van fossiele invoer.

Belangrijk in de gekozen aanpak is de omslag van nationale eilandprojecten naar grootschalige samenwerking. Minstens 100 GW moet komen van grensoverschrijdende windparken met gedeelde netaansluitingen, gezamenlijke financiering en coördinatie. Netbeheerders schatten dat de Noordzee op termijn tot zo’n veertig procent van de Europese elektriciteitsvraag kan leveren als dit plan lukt.

De afspraken komen mede voort uit druk op de sector: materiaalkosten, installatie- en financieringskosten stegen sterk terwijl de vraag naar elektriciteit minder snel groeit dan verwacht. Daardoor zijn projecten die eerder zonder subsidie haalbaar leken nu vaak niet rendabel; investeerders zijn terughoudend en sommige aanbestedingen blijven onbeantwoorden. Om het investeringsklimaat te herstellen, beloven de landen een investeringspakket dat mogelijk tot honderden miljarden euro’s loopt en garanderen ze prijsmechanismen waarbij overheden bij lage marktprijzen bijspringen en bij hoge prijzen afromen.

Naast financiële steun zetten de deelnemers in op versnelling van vergunningstrajecten, oplossen van netknelpunten en kostenverlaging door standaardisatie en schaalvoordelen. De plannen hebben ook een geopolitieke component: grootschalige eigen hernieuwbare productie moet Europese energiezekerheid vergroten sinds de aanval op Oekraïne de kwetsbaarheid voor buitenlandse fossiele leveranciers blootlegde. Tegelijk brengt de infrastructuur op zee nieuwe veiligheidsrisico’s, waardoor samenwerking met defensie en veiligheidsdiensten wordt geïntensiveerd.

De haalbaarheid blijft onzeker door eerdere gemiste doelen, ruimtelijke conflicten op de drukbevaren Noordzee en technische en vergunningkundige knelpunten. De top markeert vooral een politiek keerpunt: offshore wind wordt nu gezien als strategische infrastructuur die actieve sturing en grootschalige samenwerking vereist.