Europa blijft te afhankelijk van kritieke grondstoffen en gaat haar doelen waarschijnlijk niet halen
In dit artikel:
De Europese Rekenkamer waarschuwt dat de energietransitie, defensie en hightechsectoren van de EU sterk leunen op een klein aantal kritieke grondstoffen — zoals lithium, kobalt, koper en zeldzame aardmetalen — terwijl Europa voor veel van die materialen vrijwel volledig afhankelijk is van invoer. Voor tien van de 26 grondstoffen die essentieel zijn voor de transitie komt alle aanvoer van buiten de EU. De markt wordt gedomineerd door landen als China, Turkije en Chili (en deels de VS), en in Europa zelf wordt nauwelijks gewonnen of verwerkt. Dat vormt niet alleen een economisch risico, maar ook een strategisch probleem nu grondstoffen steeds vaker inzet van geopolitiek zijn.
De timing is ongunstig: de EU wil snel omschakelen naar hernieuwbare energie en elektrificatie, maar zonder betrouwbare grondstoffenvoorziening staat die ambitie onder druk. Tekorten en aanvoerverstoringen kunnen ook ketens raken in defensie, medische technologie en chipproductie. De oorlog in Oekraïne maakte dergelijke kwetsbaarheden zichtbaar: Oekraïne was een potentiële bron van lithium, maar is die route grotendeels kwijtgeraakt. Spanningen rond Groenland en handelsruzieen met China illustreren de geopolitieke gevoeligheid.
In 2024 nam de EU de Critical Raw Materials Act aan met doelstellingen om in 2030 10% van het verbruik uit Europese winning, 40% uit Europese verwerking en 25% uit recycling te halen. Volgens de Rekenkamer zijn deze doelen echter niet bindend, beperkt toepasbaar op een kleine groep grondstoffen en onduidelijk onderbouwd. Daardoor ontbreekt voor lidstaten en bedrijven de prikkel om grootschalig te investeren, en is een substantiële verkleining van de afhankelijkheid vóór 2030 onwaarschijnlijk.
Pogingen om de import te diversifiëren via samenwerkingen met veertien landen (onder meer Canada, Australië en diverse Afrikaanse staten) hebben weinig opgeleverd: voor ongeveer de helft van de onderzochte grondstoffen daalde de invoer uit die partners tussen 2020 en 2024. Handelsakkoorden lopen vaak vast of vertragen en onderhandelingen met belangrijke partners zoals de VS blijven steken, waardoor onderhandelingsruimte beperkt blijft.
Recycling wordt door de Rekenkamer gezien als laaghangend fruit dat onvoldoende wordt benut. Voor tien van de 26 relevante materialen bestaat geen recyclinginfrastructuur; bij zeven andere ligt het recyclingpercentage tussen 1 en 5 procent. Hoge energiekosten, complexe regelgeving, kleine volumes en uitvoer van e‑afval naar goedkopere landen maken recycling in Europa onrendabel. Ook nieuwe mijnbouw- en verwerkingsprojecten stagneren door zeer lange vergunningstrajecten (soms 20–30 jaar) en hoge energiekosten, wat een vicieuze cirkel creëert: gebrek aan aanbod remt verwerkingsinvesteringen en houdt de afhankelijkheid in stand. Zonder scherpere, bindende maatregelen of sterkere stimulansen lijkt Europa op weg om zijn 2030-doelen niet te halen.