ESA kijkt toe én vooruit: Phobos' maanlander lanceert morgen, maan-GPS en het oog op aarde

zondag, 18 oktober 2026 (19:12) - Scientias.nl

In dit artikel:

Europa werkt tegelijk aan missies naar Mars en de maan, veilige satellietcommunicatie en nauwkeurigere observatie van de aarde. De week wordt geopend door de lancering van de Japanse MMX-missie vanaf Tanegashima, waarbij ESA, NASA, CNES en DLR partners zijn. MMX moet als eerste missie ooit materiaal verzamelen op Phobos, de grootste en binnenste maan van Mars, en dat naar de aarde brengen. De sonde arriveert naar verwachting in augustus 2027, zet begin 2029 de 25 kilogram wegende rover Idefix af en neemt in 2030 bodemmonsters. Die moeten in 2031 boven Australië terugkeren. De monsters kunnen helpen bepalen of Phobos een ingevangen planetoïde is of ontstond uit een inslag op Mars.

Tegelijk ontwikkelt ESA met NovaMoon een navigatiesysteem voor het maanoppervlak. Rovers, landers en astronauten moeten daarmee posities tot op minder dan een meter kunnen bepalen. Een referentiestation met onder meer een laserreflector, een meetinstrument voor zeer lange-basisinterferometrie en de eerste maan-atoomklokken moet hiervoor zorgen. Het systeem moet bovendien een gezamenlijke maantijd ondersteunen en twee tot vijf jaar operationeel blijven.

Onderzoek met ESA’s Solar Orbiter heeft nieuwe aanwijzingen opgeleverd over ‘switchbacks’: S-vormige verstoringen in het magnetische veld van de zonnewind. De sonde traceerde zo’n verschijnsel naar hete magnetische lussen aan het zonneoppervlak, waar door magnetische herverbinding geladen zuurstof- en koolstofdeeltjes ontsnappen. Later beïnvloeden golven en turbulentie de structuur. De resultaten verbeteren het begrip van ruimteweer, dat satellieten en aardse stroomnetten kan bedreigen.

Voor communicatie onderzoekt ESA binnen ScyLight laserverbindingen als alternatief voor het steeds vollere radiospectrum. Laserbundels kunnen zeer hoge datasnelheden bieden en zijn moeilijker af te luisteren. Een eerste demonstrator moet aantonen dat satelliet-grondverbindingen betrouwbaar werken; het programma HydRON wil daarna meerdere satellieten in verschillende banen verbinden tot een optisch netwerk. Ook kwantumtechnologie wordt onderzocht voor extra veilige communicatie. Op langere termijn kunnen zulke netwerken verbindingen met missies naar Mars ondersteunen.

De Europese Unie werkt daarnaast aan IRIS², een constellatie die Europa minder afhankelijk moet maken van buitenlandse communicatienetwerken en communicatie tijdens crises moet waarborgen. Het systeem groeit naar 348 satellieten: 330 in een lage en 18 in een middelhoge baan. Een aanvullende veiligheidslaag moet de capaciteit voor defensie, hulpdiensten en andere kritieke toepassingen vergroten. De eerste lanceringen zijn voorzien voor 2029, onder technisch toezicht van ESA.

Tot slot leveren Europese aardobservatiesatellieten nieuwe beelden op. Sentinel-3C, onderdeel van Copernicus en gelanceerd op 15 september 2026, begon minder dan een maand later metingen te leveren van land, oceanen en atmosfeer. De satelliet bracht onder meer zee-ijs bij West-Antarctica in beeld rond het jaarlijkse maximum. Andere satellieten legden de Straat van Gibraltar en de Etosha-zoutpan in Namibië vast. Zo bestrijkt de Europese ruimtevaart deze week zowel de verre ruimte als de toestand van de aarde zelf.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige