Erik Scherder in het Spreekuur: 'Zelfs in de laatste fase van dementie komt aanraking nog binnen'
In dit artikel:
Neuropsycholoog Erik Scherder, in een wisselcolumn met cardioloog Leonard Hofstra, bespreekt hoe mensen met dementie en hun mantelzorgers kwaliteit van leven behouden en het ziekteverloop zo gunstig mogelijk beïnvloeden. Scherder werkt al decennialang met mensen met uiteenlopende vormen van dementie en benadrukt dat het een verzamelnaam is: Alzheimer tast vooral geheugen en oriëntatie aan, frontotemporale vormen leiden vaker tot gedragsveranderingen en andere typen kunnen hallucinaties veroorzaken.
Dementie helemaal voorkomen is niet realistisch, maar het risico en de zichtbaarheid van symptomen kun je verkleinen door vroeg te investeren in een brede cognitieve reserve. Blijven leren en je brein uitdagen bouwt een buffer van verbindingen die zorgt dat klachten later of minder hevig merkbaar worden.
Ook na het ontstaan van dementie blijven omgevingsfactoren impact hebben: een verrijkte leefomgeving — samen naar buiten, muziek luisteren, stimulerende activiteiten — werkt vaak positief. Scherder wijst mantelzorgers erop dat zorgen voor jezelf geen verraad is van de ander, maar nodig om langdurig te kunnen ondersteunen. Een kernpunt is nabijheid: lichamelijke aanraking, zoals een hand vasthouden of een omhelzing, bereikt mensen vaak tot in de laatste fase en versterkt verbinding en welzijn.