Er zijn 2 soorten plaatsvervangende schaamte: hoe zit dat?
In dit artikel:
Plaatsvervangende schaamte ontstaat wanneer iemand anders zich ongemakkelijk of beschamend gedraagt, maar jij zelf rood aanloopt, gaat zweten of het liefst wilt verdwijnen. Volgens psycholoog en hoogleraar Marcel Zeelenberg van Tilburg University is die reactie niet vreemd of nutteloos, maar helpt ze ons omgaan met sociale situaties.
Zeelenberg onderscheidt twee vormen. Bij de eerste betrek je het gedrag van de ander op je eigen identiteit. Als een vriend luid schreeuwt of een familielid afval op straat gooit, vraag je je af of anderen jou met dat gedrag zullen associëren. Je schaamt je dan omdat het mogelijk afstraalt op jouw sociale imago. Dat kan ook gebeuren bij mensen met wie je je alleen als landgenoot of groepslid verbonden voelt.
Bij de tweede vorm leef je mee met degene die voor schut staat. Je denkt: als ik in die situatie zat, zou ik me verschrikkelijk voelen. Daarom kun je je bijvoorbeeld ongemakkelijk voelen bij een kandidaat die tijdens een talentenjacht vals zingt, ook als die persoon zelf niet doorheeft hoe gênant het optreden is. Onderzoek van de Philipps-Universität Marburg liet zien dat mensen zich zelfs schamen voor iemand die niet weet dat hij bijvoorbeeld toiletpapier aan zijn kleding heeft hangen. Daarbij worden hersengebieden actief die ook betrokken zijn bij het ervaren van andermans pijn.
De emotie heeft volgens Zeelenberg een functie. Wanneer je bang bent dat het gedrag op jou afstraalt, kan schaamte je ertoe aanzetten de ander aan te spreken. Blozen kan bovendien aan de omgeving laten zien dat je het gedrag niet goedkeurt. In de empathische variant leer je juist van andermans fouten. Door te zien dat een slechte presentatie, verkeerde kledingkeuze of mislukte auditie pijnlijke gevolgen heeft, kun je zulke situaties bij jezelf proberen te voorkomen. Dat is een vorm van observationeel leren, zonder dat je zelf eerst een blunder hoeft te maken.
Hoe sterk mensen plaatsvervangende schaamte voelen, verschilt. Mensen die zich vaak zorgen maken over het oordeel van anderen of die veel empathie hebben, zijn er waarschijnlijk gevoeliger voor. Ook culturele normen spelen mee: wat in de ene omgeving gênant is, kan elders normaal of zelfs positief worden gevonden.
De uitdrukking ‘je doodschamen’ betekent meestal niet dat schaamte letterlijk dodelijk is. Sinds de zeventiende eeuw wordt ‘dood’ ook gebruikt als versterking van een bijvoeglijk naamwoord, zoals in ‘doodstil’ of ‘doodschrikken’. Alleen wanneer iemand voortdurend en extreem alert is op schaamte, kunnen klachten zoals slapeloosheid en psychische problemen ontstaan.
Vandaag Inside: Jurriën Timber over bijzonder moment met broer Quinten: 'Héél speciaal!'