EGS-geothermie levert wereldwijd 24/7 schone stroom: een haalbaar alternatief voor kernfusie
In dit artikel:
Een recente studie van Stanford, gepubliceerd in Cell Reports Sustainability, concludeert dat enhanced geothermal systems (EGS) wereldwijd een betrouwbare, schone en continu beschikbare elektriciteitsbron kunnen leveren. In tegenstelling tot klassieke geothermie — die afhankelijk is van natuurlijke warmtebronnen zoals in IJsland of Nieuw-Zeeland — creëert EGS kunstmatige ondergrondse reservoirs door circa 3–8 kilometer te boren en hete gesteentelagen gecontroleerd te laten scheuren. Vloeistof circuleert vervolgens door dat netwerk, warmt op en brengt aan de oppervlakte stoom of warm water voor stroomopwekking, onafhankelijk van zon of wind.
De studie laat zien dat EGS aanzienlijk kan bijdragen aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Als geothermie ongeveer 10 procent van de elektriciteitsmix voor zijn rekening neemt, zou dat leiden tot een forse vermindering van de benodigde capaciteit van andere hernieuwbare bronnen: ongeveer 15 procent minder wind, 12 procent minder zon en circa 28 procent minder batterijopslag. Daarnaast is het oppervlaktegebruik klein vergeleken met grootschalige zonne- en windparken, omdat veel van de installatie ondergronds plaatsvindt.
Economisch biedt EGS volgens de onderzoekers sterke perspectieven: elektriciteitskosten uit EGS zouden op termijn minstens 60 procent lager kunnen uitvallen dan die van fossiele brandstoffen. Het continue rendement van installaties — vrijwel het hele jaar op vol vermogen — drukt de kapitaalkosten per kilowattuur. Verder versnellen verbeteringen in boortechnologie, ontleend aan de olie- en gasindustrie, de kostendaling.
EGS wordt in de studie gepositioneerd als een praktisch en sneller inzetbaar alternatief voor technologieën die eveneens 24/7-vermogen beloven. In vergelijking met kerncentrales, waar projectontwikkeling en bouw vaak 12–23 jaar in beslag nemen, kunnen EGS-projecten veel sneller gerealiseerd worden en brengen ze geen risico’s met zich mee zoals radioactief afval of meltdown. Ten opzichte van commerciële kernfusie — waarvoor grootschalige elektriciteitsproductie eerder richting 2040–2050 wordt verwacht — is EGS technologisch al dichterbij. De onderzoekers verwachten dat EGS rond 2035 economisch concurrerend kan zijn bij opschaling.
Belangrijke knelpunten blijven bestaan: technische uitdagingen bij zeer diepe boringen, materiaalvermoeiing en kostenbeheersing moeten worden opgelost voordat grootschalige uitrol mogelijk is. Toch benadrukt de studie dat EGS geen theoretische belofte is maar een praktisch inzetbare technologie die, mits opgeschaald, een stille revolutie in de energiesector kan ontketenen en een groot deel van de 24/7-energiefunctie die fusie belooft veel eerder realiseerbaar maakt.