Een kabinet dat valt: hoe bijzonder is dat eigenlijk?
In dit artikel:
Het recente uiteenvallen van kabinet Schoof is opvallend, maar niet uitzonderlijk binnen de Nederlandse politieke geschiedenis. Sinds 1945 hebben er 31 kabinetten geregeerd, terwijl er op basis van vierjarige zittingsperioden slechts 20 verwacht zouden worden. Dit wijst op een patroon waarin veel kabinetten voortijdig vallen, waarbij volledige vierjaarstermijnen eerder uitzondering dan regel zijn. In de recente geschiedenis zijn bijvoorbeeld drie kabinetten op rij vroegtijdig ten val gekomen: Rutte III (2017-2022) viel vanwege de toeslagenaffaire, Rutte IV (2022-2024) strandde door een asielcrisis, en nu is ook kabinet Schoof gevallen. Het laatste kabinet dat de volledige vier jaar wist vol te maken was Rutte II (2012-2017), wat sindsdien een zeldzaam succes was.
Eerder in de geschiedenis vielen ook diverse kabinetten, zoals Lubbers II in 1989, Van Agt II al na acht maanden in 1982, en Den Uyl in 1977 kort voor de verkiezingen. Zelfs in de jaren vijftig en zestig wisten kabinetten zoals die van Willem Drees en Victor Marijnen hun termijn niet volledig uit te dienen. De duur van deze kabinetten varieerde sterk: Van Agt II was met 261 dagen het kortst zittende kabinet, terwijl Den Uyl bijna vier en een half jaar aanbleef. Deze voortdurende instabiliteit benadrukt dat kabinetten die hun volledige regeerperiode uitzitten eerder uitzondering dan regel zijn in Nederland. Het nieuws van een kabinetsval is daarom eerder vertrouwd dan onverwacht, en een kabinet dat vier jaar volmaakt nog altijd iets om u tegen te zeggen.