Dit dier leefde honderdduizenden jaren in Siberië en niemand wist dat het bestond
In dit artikel:
Onderzoekers hebben in Zuid-Siberië een tot nu toe onbekende rundachtige ontdekt die er minstens 27.000 jaar geleden nog leefde. De vondst kwam niet voort uit herkenbare botten, maar uit DNA van kleine botfragmenten uit onder meer de Denisovagrot in het Altajgebergte. Het Centrum voor Paleogenetica in Stockholm en collega’s uit Californië en Wenen brachten de volledige genetische code van twintig dieren in kaart. Die bleek niet overeen te komen met een bekende soort.
Genetisch stond het dier het dichtst bij de jak, die tegenwoordig in het wild vooral op het Tibetaans Plateau voorkomt. De voorouders van beide dieren begonnen ongeveer 400.000 jaar geleden uiteen te lopen en waren zo’n 250.000 jaar geleden volledig gescheiden. Dankzij het volledige DNA konden de onderzoekers die ouderdom nauwkeuriger bepalen en ook mogelijke kruisingen onderzoeken. Ondanks het gedeelde leefgebied met onder meer steppewisenten en oerossen zijn daar nauwelijks aanwijzingen voor gevonden.
De botten bestrijken meerdere ijstijden. Rond 120.000 jaar geleden, tijdens een warmere periode, verdween een eerdere populatie en maakte die plaats voor een andere groep van dezelfde soort. Daarbij ging genetische variatie verloren. De onderzoekers vermoeden dat de opwarming een dier dat aan koude omstandigheden was aangepast zwaar heeft getroffen.
De rundachtige heeft nog geen officiële naam, omdat DNA alleen onvoldoende is om formeel een nieuwe soort te beschrijven. Het is bovendien mogelijk dat het om een ondersoort ging. Wanneer het dier precies uitstierf en hoe het eruitzag, is onbekend. De onderzoekers willen nagaan of eerder gevonden jakachtige resten uit de regio bij dezelfde populatie horen.
Vandaag Inside: Johan Derksen reageert op filmpje Olcay Gulsen na horlogeroof: ‘Amateurtoneel, genant om naar te kijken!’