Diëtist-onderzoeker Kirsten Berk: 'Op korte termijn vallen mensen meer af bij intermittent fasting dan bij een gewoon dieet'

donderdag, 12 maart 2026 (10:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Intermittent fasting — tijdelijk afzien van eten om gewicht te verliezen — kent meerdere varianten en levert niet overal hetzelfde resultaat, aldus diëtist-onderzoeker Kirsten Berk van het Erasmus MC. Gangbare vormen zijn afwisselend vasten (bijv. om de dag of twee zeer lage-energie dagen per week) en time-restricted eating (eten binnen een beperkt tijdvenster van meestal 8–10 uur). Bij time-restricted eating wordt onderscheid gemaakt tussen early TRE (eten in ochtend en middag) en late TRE (pas vanaf de middag eten); die laatste, het overslaan van het ontbijt, is populair maar niet het meest veelbelovend.

Het basisidee is dat een periode zonder voedsel eerst glycogeen en daarna vet verbrandt, waardoor je afvalt; daarbij ontstaan ketonen die celprocessen kunnen aanzetten tot onderhoud en stressbestendigheid. Bovendien eten veel mensen onbewust minder als ze periodes vasten. Toch blijkt uit onderzoek dat intermittent fasting niet per se effectiever is dan een continu caloriebeperkt dieet: lange studies tonen weinig verschil in gewichtsverlies tussen de methoden, en continu lijnen is vaak moeilijk vol te houden doordat het lichaam zich aanpast.

Specifiek overslaan van het ontbijt lijkt geen pluspunt en kan zelfs nadelig zijn voor de stofwisseling, mogelijk vanwege verstoring van de circadiane ritmes. Een studie van de University of California (2020) met vijftig mensen liet zien dat ochtendvasten en gewoon verspreid eten vergelijkbare gewichtsresultaten gaven. Berk waarschuwt dat eten in de ochtend helpt om interne klokken van organen synchroon te houden; anders lopen die klokken uit elkaar, wat wordt geassocieerd met chronische ziekten.

Meer hoopgevend is early time-restricted eating: royaal ontbijten en lunchen, vroeg en licht dineren (bijvoorbeeld stoppen met eten rond 17–18 uur). Op korte termijn merken mensen dan vaak meer gewichtsverlies en verbeterde metabole markers, met mogelijk lagere risico’s op diabetes en hart- en vaatziekten. Over de langetermijneffecten is er nog weinig bekend; Berk doet er zelf onderzoek naar en verwacht meer duidelijkheid.

Praktische nadelen zijn sociaal van aard: avondelijke afspraken en etentjes maken vroeg dineren lastig. Toch blijkt adherence redelijk goed in kortetermijnonderzoeken — ongeveer 80% hield het vrijwel dagelijks vol in de eerste drie maanden door bijvoorbeeld maaltijden te verschuiven of vooruit te koken.

Kort samengevat: intermittent fasting is niet één methode maar een verzameling aanpakken. Early time-restricted eating (vroeg eten, vroeg stoppen) lijkt momenteel het meest veelbelovend voor gewichtsverlies en verbetering van de stofwisseling, maar stevige langetermijngegevens ontbreken nog.