Deze cocons herschrijven de geschiedenis van de Zijderoute
In dit artikel:
Archeologen hebben in Sapalli Tepe in het zuiden van Oezbekistan drie uitzonderlijk goed bewaarde cocons van zijderupsen gevonden, die dateren uit ongeveer 1940 tot 1765 voor Christus. Daarmee is het volgens de onderzoekers het oudste directe bewijs voor gekweekte zijderupsen buiten China. De vondst schuift de geschiedenis van zijdeproductie in Centraal-Aziƫ bijna 2.000 jaar terug en laat zien dat de kennis over zijde niet pas via de latere Zijderoute verspreid werd, maar al in de bronstijd aanwezig was.
De cocons kwamen uit een nederzetting uit de bronstijd en zijn met koolstofdatering onderzocht. Omdat zulke resten zelden bewaard blijven, noemt archeoloog Xinyi Liu van Washington University de vondst uitzonderlijk. De droge omstandigheden in Oezbekistan hebben de cocons waarschijnlijk geholpen te overleven. Onderzoekers vonden ze samen met verkoold hout, zaden en ander plantaardig materiaal, waarna ze de vorm en vezels onder microscopen bestudeerden.
Eiwitanalyse wees uit dat het om Bombyx mori ging, de gedomesticeerde zijderups die leeft van moerbeibladeren. Op de site werden ook verkoolde resten van moerbeihout gevonden, terwijl moerbeibomen daar van nature niet groeien. Dat versterkt het vermoeden dat mensen de bomen aanplantten en dus zelf zijderupsen hielden. Eerder gevonden textielfragmenten van dezelfde plek lijken bovendien gemaakt met een weeftechniek die typisch is voor Chinese zijde. Volgens de onderzoekers maakt dit duidelijk dat zijdeproductie al veel eerder onderdeel was van uitwisseling en innovatie tussen vroege samenlevingen in Aziƫ.
De Oranjezomer: Sander de Kramer raakt Leontien van Moorsel in het gezicht: 'Au, mijn neus'