Deze bizarre huisdieren hielden mensen vroeger thuis
In dit artikel:
Al vanaf de oudheid hielden mensen niet alleen honden en katten als gezelschapsdieren; de geschiedenis kent ook flink wat ongewone huisdieren met praktische, symbolische of statusgebonden functies.
In de middeleeuwen waren eekhoorns geen uitsluitend wilde dieren: tekeningen tonen ze aan lijntjes, op schouders of als bontaccessoire bij rijke vrouwen. Recente onderzoekers suggereren dat het houden en dragen van deze knagers mogelijk heeft bijgedragen aan de verspreiding van lepra in die tijd.
Nog veel ouder is de domesticatie van de fret: rond 1000 v.Chr. maakten Noord-Afrikaanse jagers van een wilde bunzingsoort een huisdier dat in holen werd vrijgelaten om konijnen en ander prooi op te jagen — een jachttechniek die ook nu nog bestaat.
De Romeinen combineerden praktische nut met weelde. Naast fretten en wezels werden ook slangen als huisdier gehouden; keizers namen het extreem, met Tiberius die sterke genegenheid voor een slang had en Nero die een tijgerin beschouwde als bezit. Dergelijke exotische dieren konden prestige en persoonlijke smaak uitstralen.
In Midden-Amerika domesticeerden voorouders van de Azteken de kalkoen. Die werd vooral gewaardeerd om sierveren en vlees, maar kreeg ook een rol in rituelen en festivals; kalkoenen konden zelfs als belastingmiddel dienen.
Kortom: veel historische huisdieren vervulden meerdere rollen — praktisch voor jacht of plaagbestrijding, economisch waardevol of symbool van status en religie — en tonen hoe mens-dierrelaties sterk cultureel bepaald zijn.