De voorloper van de keuken (en het toilet)
In dit artikel:
Moderne keukens met keuze uit honderden kleuren, handgrepen en tegelmotieven en apparatuur die hygiëne vergemakkelijkt zijn een tamelijk recente verworvenheid. Tot halverwege de twintigste eeuw zagen veel Nederlanders — vooral in arbeiderswijken — er heel anders uit: kleine, vaak vieze keukentjes die soms de wc huisvestten of slechts een veredelde kast waren met een piepklein aanrecht.
De artikelbeelden en bijschriften tonen dat al in 1914 overbevolking in één kamer voorkwam; in de Jordaan van de jaren vijftig had een groot gezin soms alleen een krakkemikkig hokje. In 1952 aan de Amsterdamse Marnixstraat bestond de keuken soms uit een vensterloos nisje naast het toilet. Begin 1900 werden keukens ook als washok gebruikt door wasserinnen die tegelijk hun kinderen moesten voeden. Economische malaise in de jaren dertig (1931, 1934) en woningnood verslechterden de situatie, en zelfs in de jaren zestig waren huizen zonder stromend warm water of zonder deur naar de keuken nog geen uitzondering (1962, 1969).
Niet alles was vuil — sommige kleine Amsterdamse keukens in de jaren vijftig waren relatief schoon en praktisch ingericht, met gordijntjes voor kastjes in plaats van deurbeslag. Schoonmaken gebeurde echter nog op de knieën en brandstof voor het fornuis werd met houtjes bijgevuld.
Kortom: wat wij nu vanzelfsprekend vinden aan comfort, sanitair en keukendesign kwam pas geleidelijk op, na verbeteringen in huisvesting, waterleiding en huishoudelijke apparatuur in de loop van de twintigste eeuw.