De voorjaarstrek is begonnen: welke vogels komen in de lente naar Nederland?
In dit artikel:
De eerste trekvogels zijn al terug in Nederland om te broeden, merkt Sovon-expert Jelle Abma: wie de ochtenden deze weken beluistert hoort andere zanglijnen dan in de winter — het teken dat de voorjaarstrek begonnen is. Soorten die vroeg terugkeren zijn onder meer boomleeuwerik, grutto, kievit, tjiftjaf, blauwborst en lepelaar. Veel van deze vogels overwinteren in Zuid-Europa of Noord-Afrika en hebben daardoor minder lange reisafstanden, waardoor ze snel weer in Nederland kunnen zijn zodra de omstandigheden gunstig worden.
Verschillende factoren bepalen het juiste moment om te vertrekken. Temperatuurstijgingen en een toename van het voedselaanbod (meer insecten) kunnen vertrek versnellen, maar de belangrijkste prikkel is de daglengte: langere dagen veroorzaken hormonale veranderingen die de trekdrang activeren. Voor sommige soorten speelt ook territoriumgedrag mee — vroege aankomsten kunnen de beste broedplaatsen claimen, terwijl laatkomers minder keuze hebben. Grutto’s en lepelaars zoeken bijvoorbeeld al vroeg natte weilanden en kale open plekken die nu al beschikbaar zijn.
Trekgedrag heeft een duidelijk doel: de noordelijke lente biedt meer voedsel en langere daglichturen, ideaal om jongen groot te brengen — redenen waarom vogels niet in hun overwinteringsgebied blijven. De reis is echter risicovol: stormen, gebrek aan voedsel onderweg, predatie, jacht, botsingen met gebouwen, windmolens en hoogspanningslijnen en het verlies van rust- en foerageerplekken door menselijke activiteiten maken de tocht zwaar. Volgens vogelecoloog Karen Krijgsveld overleeft bij sommige kleine zangvogels slechts 30–50 procent van de jonge dieren de eerste trek; grotere en ervaren vogels hebben meestal hogere kansen.
Toch bereiken veel vogels veilig hun broedgebieden. Wie de komende weken wandelt of fietst, kan die terugkeer vaak horen — hoog in de lucht of verscholen in riet — en herinnerd worden aan het belang van het beschermen van stopplaatsen en broedhabitats voor het voortbestaan van deze soorten.