De uitvinding: kunstmatige intelligentie
In dit artikel:
Artificiële intelligentie is in korte tijd uitgegroeid van een wetenschappelijk idee tot een techniek die overal in het dagelijks leven opduikt. Hoofdredacteur Jim Jansen gebruikt zijn wekelijkse rubriek om te laten zien hoe AI inmiddels de filmwereld, opsporingsonderzoeken, de zorg en zelfs scholen en pakketdiensten beïnvloedt. Daarmee wordt duidelijk dat niet alleen grote techbedrijven, maar ook gewone mensen en instellingen er steeds vaker mee werken.
De wortels van AI liggen zeventig jaar terug, in Dartmouth in de Amerikaanse staat New Hampshire, waar vier wetenschappers een conferentie organiseerden over het nabootsen van menselijk denken door machines. Hun ambitie was om intelligentie zo precies te beschrijven dat een computer die zou kunnen simuleren. Sindsdien is de ontwikkeling snel gegaan: chatbots zoals ChatGPT zijn wereldwijd populair, Microsoft heeft Copilot ingebouwd in programma’s als Word en Teams, en Claude wordt gebruikt voor schrijven en data-analyse. AI is daarmee niet langer toekomstmuziek, maar een vaste factor in de samenleving.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop