De Iran-oorlog is de perfecte kans om van fossiele brandstoffen af te stappen, maar we verkwanselen het
In dit artikel:
De oorlog in Iran heeft de Straat van Hormuz, een cruciale route voor de wereldwijde oliehandel, ernstig verstoord. Al ongeveer een half jaar stroomt er dagelijks 12 tot 15 miljoen vaten minder door de zeestraat, goed voor 11 tot 14 procent van het mondiale olieverbruik. Toch is de olieprijs niet geëxplodeerd naar 200 dollar per vat. Volgens politicoloog Paasha Mahdavi van de University of California komt dat doordat economieën minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en zonne- en windenergie goedkoper en sneller schaalbaar zijn geworden.
Mahdavi betoogt in het tijdschrift Science dat de huidige energiecrisis een kans biedt om definitief afscheid te nemen van olie, gas en kolen. Eerdere crises, zoals na het olie-embargo van 1973 en de Russische inval in Oekraïne, leidden volgens hem niet tot een structurele omslag. Ditmaal dreigen overheden die kans echter opnieuw te verspelen. Bijna de helft van de regeringen wereldwijd maakt fossiele energie tijdelijk goedkoper via belastingverlagingen of hogere subsidies op benzine, diesel en kerosine.
Die maatregelen houden vervuilende energie kunstmatig goedkoop, drukken op overheidsbudgetten en ontmoedigen investeringen in duurzame alternatieven. Bovendien zijn brandstofsubsidies volgens Mahdavi politiek moeilijk terug te draaien. Brandstofprijzen zijn zeer zichtbaar voor consumenten en beïnvloeden de kosten van vrijwel alle producten via transport en logistiek. Daardoor worden prijsstijgingen snel verbonden aan inflatie en falend overheidsbeleid, wat protesten en maatschappelijke onrust kan aanwakkeren.
In plaats van fossiele subsidies pleit Mahdavi voor langdurige investeringen in hernieuwbare energie, openbaar vervoer en betere stads- en plattelandsplanning. Hij noemt onder meer fietspaden, laadnetwerken en intercityverbindingen. Huishoudens met lage inkomens kunnen direct worden geholpen met financiële steun, terwijl goedkoper openbaar vervoer de gevolgen van hoge energieprijzen kan beperken.
Een lagere vraag naar fossiele brandstoffen maakt het volgens hem bovendien eenvoudiger om subsidies af te bouwen zonder grote politieke weerstand. Mahdavi benadrukt dat fossiele energie al decennialang sterk wordt bevoordeeld: volgens het IMF bereikten wereldwijde overheidssubsidies daarvoor in 2022 een record van 1 biljoen dollar. Het idee dat alleen duurzame energie op subsidies drijft, berust daarom volgens hem op een ongelijk speelveld.
Vandaag Inside: Johan Derksen kritisch op tv-optreden Mona Keijzer: ‘Ik ben fan van haar, maar…’