De ingenieur onderweg: waarom weg en spoor elkaar juist moeten versterken
In dit artikel:
Voor ingenieurs is mobiliteit geen doel op zich, maar een voorwaarde om projecten te bezoeken, locaties te inspecteren en samen te werken. Omdat werkzaamheden over het land verspreid zijn en wegen drukker worden, biedt een combinatie van trein, auto en andere vervoermiddelen meer flexibiliteit dan een keuze voor slechts één optie.
Met een NS-Business Card kunnen ingenieurs langere afstanden per trein afleggen en vervolgens overstappen op bus, tram, metro, OV-fiets of deelauto. Tijdens de treinreis kunnen zij bovendien rapporten lezen, ontwerpen bekijken, vergaderingen voorbereiden of e-mails verwerken. De auto blijft nodig voor bouwplaatsen, fabrieken en andere locaties die slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer; die kan bijvoorbeeld voor het laatste deel van de reis worden ingezet.
De tekst pleit daarom voor mobiliteitsbeleid dat uitgaat van de reis en het type werk, niet van één standaardvervoermiddel. Een mobiliteitsbudget kan medewerkers binnen duidelijke afspraken zelf laten kiezen tussen trein, auto, fiets en deelmobiliteit. Zo kunnen werkgevers bereikbaarheid, efficiëntie en duurzaamheid beter combineren en de afhankelijkheid van files verminderen.
Vandaag Inside: Shelly Sterk op de vingers getikt om decolleté: 'Wat zag jij eruit?!'