De geschiedenis van het gefaalde VOC-fort in Iran
In dit artikel:
Afgelopen weekend viel de Verenigde Staten het eiland Kharg in de Perzische Golf aan — een plek die nu van groot belang is voor de Iraanse olie-export. Driehonderd jaar geleden had de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) op datzelfde kleine eiland een fort en handelspost gevestigd, maar die onderneming bleek geen succes.
In de zeventiende en achttiende eeuw onderhield de VOC ook handelsposten in het Midden-Oosten voor producten zoals Perzische zijde. Toen in 1753 door een burgeroorlog in Perzië de handelsomstandigheden verslechterden, wilde het VOC-bestuur de handel in Perzië opgeven. Tido Frederik van Kniphausen, een ambitieuze plaatselijke VOC-vertegenwoordiger, drong er echter op aan Kharg (ook Kareek genoemd) te behouden en liet daar het fort Mosselstein bouwen, vernoemd naar gouverneur-generaal Jacob Mossel. Het eiland van ongeveer acht bij vijf kilometer, op circa 24 kilometer van de Iraanse kust, was strategisch gelegen nabij belangrijke havens en handelsroutes. De bouw kostte zo’n 100.000 gulden.
Het fort bood volop verdedigingsvoordelen — eilanden waren makkelijker te houden dan het vasteland — maar de vestiging leverde te weinig op. Historicus Peter Good wijst erop dat de VOC weinig geduld had met niet rendabele posten en uiteindelijk vertrok: in 1766 veroverde het Perzische leger Kharg; bronnen verschillen over of dat gebeurde vóór of na het Nederlandse vertrek. Met het verlies van Kharg trok de VOC zich definitief terug uit de regio. Good benadrukt dat het moderne economische belang van het eiland, vanwege olie, veel groter is dan wat de Nederlanders zich destijds konden voorstellen: "Het hedendaagse economische belang is veel groter dan toen; hier konden ze 300 jaar geleden alleen maar van dromen."