De flop van 2,2 miljard dollar: zonnepark Ivanpah sluit de deuren
In dit artikel:
Ivanpah, een 392 MW-zonnecentrale in de Mojave-woestijn, stopt na slechts tien jaar bedrijf. Het project, gebouwd tussen 2010 en 2014 door BrightSource Energy, NRG Energy en met steun van Google en een federale lening van 1,6 miljard dollar uit het stimuleringspakket van 2009, was bedoeld als vlaggenschip voor geconcentreerde zonnekracht (CSP): drie torens van ongeveer 140 meter omringd door circa 300.000 computergestuurde spiegels (heliostaten) die zonlicht bundelen om stoom en zo stroom te produceren. Met de ambitie om 140.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien, werd Ivanpah aanvankelijk gezien als symbool van Amerika’s groene toekomst en werkgelegenheidsproject na de financiële crisis.
De realiteit bleek anders. Terwijl Ivanpah werd opgeleverd daalde de prijs van fotovoltaïsche (PV) panelen wereldwijd drastisch — grotendeels door Chinese productie — waardoor PV-projecten veel goedkoper en sneller realiseerbaar werden. Tegelijkertijd zorgde de schaliegasrevolutie in de VS voor zeer lage gasprijzen. Ivanpah kwam online in een markt waarin zowel fossiele brandstof als PV concurrerender waren dan CSP. De centrale leverde in het eerste jaar slechts ongeveer twee derde van de beloofde elektriciteit en behaalde uiteindelijk een capaciteitsfactor van minder dan 30%, waar gasturbines vaak boven de 60% komen.
Operationeel bleken de duizenden spiegels in een stoffige woestijnomgeving duur en arbeidsintensief in onderhoud. Ivanpah beschikte niet over moderne thermische opslag zoals gesmolten zout, waardoor de centrale vaak moest terugvallen op een aardgas-backup om vraag te kunnen volgen — iets dat de claim van koolstofarme productie aantastte. Ook ecologische en maatschappelijke tegenstand speelde mee: het project kreeg kritiek vanwege de kosten voor belastingbetalers, de impact op kwetsbare woestijndieren zoals de schildpad en incidenten waarbij vogels door intense reflecties ernstig werden beschadigd.
Drie hoofdredenen verklaren de sluiting: hoge kosten in verhouding tot PV en gas, de opkomst van goedkope PV gecombineerd met lithium-ion opslag die flexibeler en schaalbaarder is, en het aflopen van gunstige langlopende stroomcontracten met nutsbedrijven zoals PG&E en Southern California Edison, waar nieuwe overeenkomsten economisch oninteressant zijn. Ook internationale ervaringen wijzen op vergelijkbare uitdagingen voor CSP; Marokko’s Noor-project ondervindt soortgelijke concurrentiedruk.
Tegelijkertijd laat Ivanpah een dubbel erfgoed achter. Als technisch experiment leverde het waardevolle data over heliostaatbesturing, warmteoverdracht en mechanica in extreme omstandigheden, kennis die toekomstige CSP-ontwerpen kan helpen verbeteren. Nieuwere CSP-projecten integreren vaak thermische opslag om nachtlevering mogelijk te maken, een tekort waar Ivanpah aan leed. Voor het bredere zonnedossier verandert er weinig: PV-panelen worden steeds goedkoper, batterijopslag groeit snel en zonne-energie blijft een dominante, dalende kostenoptie.
Kort gezegd: Ivanpah eindigt als duur en prematuur avontuur dat economisch tekortschoot, maar ook als bron van technische lessen. Het project illustreert dat timing, schaalbaarheid en opslagintegratie cruciaal zijn voor grootschalige energietransitieprojecten.