De e-bike maakt je conditie wel/niet kapot
In dit artikel:
Bewegingswetenschapper Jasper Reenalda (Universiteit Twente) onderzoekt momenteel hoeveel inspanning mensen nog zelf leveren op een elektrische fiets vergeleken met een gewone fiets — pionierswerk omdat harde cijfers ontbreken. De aanleiding is tweeledig: naast een sterke toename van e-bikeongelukken vraagt men zich af of de motor het dagelijkse beweegpakket van forenzen en scholieren ondermijnt.
Reenalda meet niet rechtstreeks vermogen maar gebruikt zuurstofopname (proefpersonen dragen een mondmasker) om te bepalen hoe hard het lichaam werkt bij verschillende ritten en standen van de motor. Belangrijke bevindingen en overwegingen uit het onderzoek en de context:
- Assistentieniveau bepaalt veel: in de hoogste ondersteuningsstand levert de berijder nauwelijks trapkracht; je gebruikt wel iets energie om balans te houden, maar veel minder dan op een gewone fiets. In een lagere assistentiestand kan de inspanning vergelijkbaar zijn met fietsen op een gewone fiets bij hogere snelheid.
- Rituatie en route zijn doorslaggevend: bij veel stoplichten of veel optrekken kost fietsen relatief veel energie — voordeel voor de motor. Op lange, egale stukken (polder, tailwind) valt dat motorvoordeel grotendeels weg, al is een motortje bij tegenwind prettig.
- Snelheid vs. inspanning: wie op een gewone fiets 15 km/u gaat en op een e-bike in lage stand 25 km/u, kan in totaal ongeveer evenveel energie verbruiken, maar bereikt sneller de bestemming en doet mogelijk toch iets minder inspanning per dag.
- Jeugd en gedrag: jongeren zijn oververtegenwoordigd in e-bikeongelukken en lijken vaker de motor maximaal te gebruiken. Reenalda waarschuwt dat routinematig volledige inzet van de motor bij korte ritten (bijv. naar school) op jonge leeftijd het fundament kan ondermijnen om aan aanbevolen bewegingsnormen te voldoen.
- Beweegnormen: voor volwassenen is 30 minuten matig bewegen per dag de basisnorm; die is met verstandig gebruik van een e-bike haalbaar. Voor een betere cardiovasculaire conditie (de ‘fitnorm’: drie keer 20 minuten intensief) is de kans klein dat korte e-biketjes toereikend zijn.
- Illegale opvoeringen: gebruikers die motoren opvoeren transformeren hun e-bike tot iets dat op een scooter lijkt; dan verdwijnen vrijwel alle fysieke voordelen en neemt het risico toe.
- E-bike versus auto: een e-bike kan een gezonde vervanging zijn als je eerder autoritjes van 10 kilometer maakte — dan levert de rit op de e-bike alsnog meer beweging dan autorijden.
Praktische conclusie: elektrisch fietsen is niet per definitie schadelijk voor de conditie, het hangt sterk af van hoe je de fiets gebruikt (stand, snelheid, route) en van wat je ermee vervangt (auto versus gewone fiets). Voor jongeren is terughoudendheid aan te raden bij korte afstanden; voor forenzen kan de e-bike een nuttig, soms zelfs gezonder alternatief blijven. Reenalda’s lopende metingen moeten precieze kwantitatieve verschillen tussen mens en motor nog duidelijker maken.