De bizarre ontvoering van Julius Caesar
In dit artikel:
Als twintiger, nog lang vóór zijn machtsovername in Rome, werd Gaius Julius Caesar op weg van het hof van koning Nicomedes van Bithynië naar huis door piraten ontvoerd bij het Griekse eiland Farmakonisi. De bemanning van het piratenschip eiste losgeld; volgens latere schrijvers vroegen ze twintig talenten zilver. In plaats van in paniek te raken, trok de 25-jarige Caesar zich nergens iets van aan: hij mengde zich onder zijn gijzelnemers, deed mee aan hun oefeningen, las eigen teksten voor en bespotte hen openlijk. Regelmatig gaf hij aan dat hij hen zou laten kruisigen zodra hij vrij was — een dreigement dat de piraten niet serieus namen.
Na 38 dagen arriveerden Caesars mannen met het losgeld uit het nabijgelegen Milete. Zodra hij vrijkwam, ging Caesar terug naar dezelfde piratenbasis, verzamelde snel een troep en arresteerde de overvallers. Hij liet hen kruisigen en behield het losgeld. Dit incident illustreert zowel zijn koelbloedigheid als zijn vermogen om woorden in daden om te zetten — eigenschappen die later zouden bijdragen aan zijn politieke opmars.
De ontvoering past in een groter plaatje: in de late derde en tweede eeuw v.Chr. nam het zeewezen in het Middellandse Zeegebied af, deels doordat Rome zelf maritieme overmacht had verwaarloosd na successen op het land (zoals tegen Carthago). Dat gaf piraten vrij spel: plunderingen, slavenhandel en grootschalige kapingen waren aan de orde van de dag tot Rome zich ging bemoeien. Acht jaar na Caesars avontuur voerde de generaal Pompeius in 67 v.Chr. een doelgerichte campagne die de piraterij binnen drie maanden grotendeels uitroeide, waarmee de zeeën veel veiliger werden voor handels- en reisverkeer.
Over de betrouwbaarheid van het verhaal bestaat onzekerheid. De bronnen die het incident beschrijven — vooral Plutarchus en Suetonius, die elk tientallen jaren na de feiten schreven — stemmen grotendeels overeen, maar details verschillen en het is goed mogelijk dat Caesars eigen neiging tot zelfpromotie de anekdote heeft uitvergroot. Toch sluit het goed aan bij het beeld van Caesar als zelfverzekerde, theatrale en soms meedogenloze figuur, iemand die publieke aandacht kon omzetten in politieke macht. Kleine zijlijnen uit hetzelfde tijdperk: de naamgeving in de familie Caesar was opvallend eenduidig (veel vrouwen heetten Julia), en de achternaam Caesar is later de stamvader geworden van titels als keizer en tsaar.