De 5 stadia van rouw van Kübler-Ross: wetenschap of onzin?

woensdag, 3 juni 2026 (10:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Het beroemde vijfstadiamodel van psychiater Elisabeth Kübler‑Ross — ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie — dateert uit 1969 en is lange tijd hét referentiekader geweest voor rouw. Rouwspecialist Maarten Eisma (Rijksuniversiteit Groningen) waarschuwt echter dat dit beeld te star en misleidend is: mensen doorlopen niet per se al die stadia, en al zeker niet in een vaste volgorde. Eisma noemt het model ronduit “kul” en wijst erop dat het nooit wetenschappelijk is aangetoond dat rouw zich volgens die lineaire fasen ontwikkelt.

Belangrijke context: Kübler‑Ross baseerde haar model oorspronkelijk op gesprekken met ongeneeslijk zieken die zelf met hun naderende dood werden geconfronteerd, niet op systematische observaties van nabestaanden. Zij nuanceerde later wel dat stadia niet altijd in dezelfde volgorde voorkomen, maar moderne rouwwetenschap ziet het proces veel dynamischer en individueler. Emoties zoals verdriet, boosheid of opluchting kunnen van dag tot dag wisselen, sommige mensen ervaren bepaalde reacties niet en anderen hervinden juist snel hun veerkracht. Dat betekent: niet boos of nooit depressief zijn na een verlies betekent niet dat je “verkeerd” rouwt.

Eisma waarschuwt ook voor de schadelijke kanten van het vijfstadiamodel. Omdat het in artikelen, zelfhulpboeken en soms in begeleiding terugkeert, kan het druk leggen op nabestaanden die niet het verwachte patroon volgen. Vooral het idee dat acceptatie het eindstation is, kan pijnlijk en onrealistisch voelen — bijvoorbeeld voor ouders die een kind hebben verloren. Zulke normen kunnen extra schuld en verwarring veroorzaken, terwijl rouw zowel negatieve als positieve ervaringen kan bevatten (zoals opluchting, waardering of hernieuwde levenslust), die in het klassieke model nauwelijks aan bod komen.

Als alternatief noemt Eisma modellen die beter passen bij hedendaagse inzichten, zoals het duale procesmodel van Margaret Stroebe en Henk Schut. Dat model beschrijft rouw als een voortdurend heen en weer bewegen tussen verliesgerichte processen (herinneringen, verdriet) en herstelgerichte processen (praktische regelen, nieuwe activiteiten). Gezond rouwen wordt gezien als de wisselwerking tussen beide kanten: te veel hangen in enkel verlies of juist volledige ontkenning door overcompensatie (bijv. veel gaan werken) is ongunstig.

Uiteindelijk blijft ieder model een vereenvoudiging. Eisma geeft mee dat nabestaanden het best een theorie kiezen die hen steun biedt en vooral: zichzelf geen keurslijf opleggen. Rouw is persoonlijk, wisselend en niet te vangen in één universele routekaart.