Colostrum is genoeg, de fopspeen is niet de vijand en de kolf mag wachten
In dit artikel:
Een literatuurstudie van kinderartsen van de Sapienza-universiteit in Rome, gepubliceerd in The Journal of Maternal-Fetal & Neonatal Medicine, concludeert dat moeders in de eerste dagen na de bevalling meestal niet werkelijk te weinig melk hebben. De productie is dan nog klein, maar afgestemd op de maaginhoud en behoeften van een pasgeborene. Bij 391 moeders kwam op dag één gemiddeld minder dan vijf milliliter vrij, op dag twee bijna negen milliliter en op dag drie ongeveer 23 milliliter. Gezonde baby’s drinken bovendien vaak en hebben tijdelijk reserves in hun lichaam; enig gewichtsverlies na de geboorte is normaal.
Toch twijfelt ongeveer de helft van de moeders aan de melkproductie, en vermeend tekort is wereldwijd de belangrijkste reden om met borstvoeding te stoppen. Volgens de onderzoekers versterken drie veelvoorkomende praktijken elkaar in de eerste 48 tot 72 uur: onnodige flesvoeding geven, de fopspeen ontmoedigen en vroeg elektrisch kolven. Een fles vervangt een voeding aan de borst, waardoor de stimulatie en uiteindelijk de melkproductie kunnen afnemen. In een Kroatisch ziekenhuis bleek bovendien dat veel bijvoedingen niet aan medische richtlijnen voldeden.
Voor het verbieden van fopspenen zien de onderzoekers geen overtuigend bewijs: een analyse van tien gerandomiseerde studies vond geen nadelig effect op borstvoeding. Het verband uit observationele studies kan volgens hen vooral komen doordat moeders met aanleggingsproblemen vaker een fopspeen gebruiken. Over elektrisch kolven is de zekerheid van het bewijs beperkt. Twee kleine studies wijzen er wel op dat handmatig afkolven betere resultaten kan geven. Een kleine hoeveelheid in een grote kolf lijkt bovendien optisch bijna niets, terwijl die voor de kleine maag van een baby juist passend kan zijn.
De Oranjezomer: Yves Berendse blikt terug op eerste ontmoeting met criticaster Valentijn Driessen