Cijferfetisjisme
In dit artikel:
Columnist Enith Vlooswijk waarschuwt dat cijfers vaak een schijn van zekerheid geven. Een percentage zegt pas iets als ook de context duidelijk is. Een medicijn dat de genezingskans met twintig procent verhoogt, klinkt indrukwekkend, maar als het bestaande middel slechts bij één op de honderd patiënten werkt, stijgt de absolute kans maar van 1 naar 1,2 procent. Dan is de vraag of de hoge kosten wel gerechtvaardigd zijn en om hoeveel patiënten het in de praktijk gaat.
Vlooswijk is vooral kritisch op cijfers uit vragenlijsten, die veel informatie leveren over wat burgers denken en doen. Zo meldt de Amsterdamse Burgermonitor een gemiddeld rapportcijfer van 6,9 voor de gemeentelijke dienstverlening. Maar de enquête wordt online ingevuld door mensen die daarvoor de moeite nemen, waardoor de uitkomst mogelijk niet representatief is. Bovendien blijft onduidelijk wat respondenten precies verstaan onder ‘de goede’ of ‘de slechte kant’ opgaan.
Ook AI kan volgens hoogleraar Virginia Dignum leiden tot een misleidende vorm van ‘datificatie’. Data zijn geen neutrale afspiegeling van de werkelijkheid: mensen bepalen vooraf wat ze willen meten en welke gegevens daarvoor worden verzameld. Sensoren kunnen bijvoorbeeld temperatuur of hartslag registreren, maar niet iemands motivatie, stemming of redenen achter gedrag. Daardoor ontstaat een contextloze namaakrealiteit die vooral resultaten toont. Volgens Vlooswijk moeten wetenschappers en journalisten daarom vaker erkennen dat veel zaken niet meetbaar zijn en niet betrouwbaar in harde cijfers kunnen worden uitgedrukt.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’