Cheeta's gaan 110 km/u: Nederlands onderzoek laat zien hoe je toch kunt ontsnappen

donderdag, 7 mei 2026 (16:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Ecologen van de Universiteit van Amsterdam hebben een langlopende verklaring voor waarom kleine prooidieren soms aan roofdieren ontkomen bestudeerd en bijgesteld. Sinds 1974 is het turning-gambitmodel populair: prooien zouden met scherpe, wendbare manoeuvres de snelheid van jagers compenseren en zo ontkomen. De UvA-onderzoekers zetten dat model echter tegen de data van verschillende soorten af — met kenmerken als lichaamsgewicht, snelheid en wendbaarheid — en zagen dat het model voorspelt dat roofdieren vaker zouden vangen dan daadwerkelijk wordt waargenomen.

De verklaring blijkt te liggen in iets anders: reactietijd. Roofdieren hebben een korte maar wezenlijke vertraging (ongeveer 20–200 milliseconden) nodig om een uitwijking van hun prooi te detecteren, te verwerken en te beantwoorden. Die fractie van een seconde geeft prooien genoeg ruimte om een voorsprong te nemen; zodra de onderzoekers die reactietijd in het model opnamen, nam de kans dat prooien ontsnappen sterk toe, vooral in water waar snelle onverwachte wendingen cruciaal zijn.

Om te bevestigen of dit realistische jachtsituaties beter verklaart dan het oude model, gaan de wetenschappers nu echte achtervolgingen filmen, onder meer in koraalriffen. Hun werk legt nadruk op sensorische en verwerkingsbeperkingen van jagers als sleutel tot het begrijpen van vangstsuksessen in de natuur.